Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Homepagina > PUBLICATIENS > Instrumenten & folders > Analytisch kader van Flora

Analytisch kader van Flora

Flora werd in 1994 opgericht als een klein netwerk van organisaties die vorming en tewerkstelling met laaggeschoolde vrouwen organiseren. De missie van die organisatieswas niet om met (goedkope) vrouwelijke arbeidskrachten mooie winsten te maken, maar om die vrouwen - via ‘arbeid’ - te helpen een plaats in de samenleving te verwerven, hun talenten te ontplooien, zelfvertrouwen en autonomie zowel als sociaal kapitaal op te bouwen, dat alles met respect voor de zorg voor hun familie. De maatschappelijke solidariteit en het respect voor de hele persoon was dus altijd belangrijker dan de onderlinge concurrentie. Het probleem waar ze al gauw op botsten, was dat de politieke context, zowel internationaal (het Europees Sociaal Fonds) als nationaal (het activeringsbeleid) het hen niet makkelijk maakte die maatschappelijke missie trouw te blijven. Concurrentie en productiviteit worden – met ruggensteun van de economische wetenschap – als alleenzaligmakende waarden naar voren geschoven.
Wie solidariteit met minder ‘productieve’ mensen als maatschappelijke meerwaarde vormgeeft en daar (dus) publieke middelen voor krijgt, wordt al gauw verdacht van concurrentievervalsing. De regels van tendering verplichten de organisaties om tegen de laagst mogelijke kostprijs en via de kortste weg werkzoekenden naar de arbeidsmarkt te leiden. Wie dus met de kwetsbaarste mensen wil werken, dreigt de concurrentiestrijd om de subsidies te verliezen en ziet zich genoopt om… kwetsbare groepen uit te sluiten. De economische logica zet organisaties zowel als werknemers in onderlinge concurrentie, en alle statistieken wijzen erop dat het vooral laaggeschoolde vrouwen zijn die in die strijd systematisch het onderspit delven.

Begeleidende documenten
Analytisch kader van Flora