Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > FLORA ? > Visie

Visie

De vraag naar het waarom van Flora berust op een nog diepere grondlaag. Als Flora deze missie en visie uitbouwt en tegen heug en meug – in een moeilijke federale en budgettaire context – blijft ijveren voor een meer duurzame en rechtvaardige samenleving, dan is dat vooral omdat iedereen die mee zijn of haar schouders onder Flora zet, dat ‘waardevol’ vindt. Waarden verwoorden is altijd risky business, omdat ze vaak gehoord worden als ‘waarheden’ waarmee men het eigen grote gelijk en morele superioriteit wil aantonen. We spreken dan ook liever van de ethische grondhouding
van Flora.

Flora is ervan overtuigd de waarheid niet in pacht te hebben. We willen de vrouwen niet benaderen alsof we weten wat ‘voor hen goed’ is, maar zien respect en luisterbereidheid als basis van ons werk. We ondersteunen ook de begeleiders in de organisaties om met hun doelgroep een participatief en co-constructief proces op te zetten. Met de Franse denker Emmanuel Levinas zijn we ervan overtuigd dat alleen door naar de meest kwetsbare ‘anderen’ te luisteren – door in de ontmoeting met hen te leren waar de dominante kaders blind voor zijn – waardevolle kennis kan groeien...

De organisaties vertellen ons dat solidariteit – net als armoedebeleid – in het op geld gerichte socio-economische systeem telkens weer (onbedoeld) leidt tot concurrentie tussen de armen of tussen de organisaties die met hen werken. Armoedebestrijding gaat in grote mate via activering, en die leidt weer tot concurrentie om opleidingsplaatsen, banen, tenders en subsidies. En dat maakt dat ook in de armoedebestrijding de meest ‘productieven’ het weer halen tegenover de meest kwetsbaren. Daarom wil Flora solidariteit opnieuw vorm geven, niet voor maar met de mensen om wie het gaat, en met de organisaties die dag in dag uit solidair met hen werken, vaak zonder veel erkenning of waardering voor de complexiteit van hun werk en hun inzet.

Flora probeert ook zelf als ‘waardevolle’ organisatie op een kwalitatieve manier te werken. Dit vertaalt zich in dagelijkse kleine en grote beslissingen, een correct en verantwoord gebruik van overheidsmiddelen, ten dienste staan van de organisaties ‘op het terrein’, zorgzaam met het eigen team omgaan, oog hebben voor de impact van onze werking op het milieu, de duurzaamheid van onze eigen werking bewaken door het evenwicht te vinden tussen pragmatisme en efficiëntie enerzijds en eigenzinnigheid en idealisme anderzijds.