Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Analytisch kader van Flora

De eigenheid van Flora

Actie en reflectie vormen het kloppend hart van de werkwijze van Flora : het ene gaat niet zonder het andere! Om zijn acties op het terrein te ontwikkelen, hanteert Flora een algemeen analysekader dat soepel en open genoeg is om zeer diverse thema’s aan te snijden, van de ongelijkheid tussen de seksen over sociale uitsluiting tot de digitale kloof en sociale innovatie. Omgekeerd wordt dat kader telkens weer gevoed door de terreinervaring die mensen opdoen als ze aan concrete projecten meewerken.
Dit samengaan van analyse en praktijk is wat Flora drijft. Om die dynamiek levendig te houden functioneert Flora als een open netwerk waarin het zijn analysekader, projecten en diensten ter beschikking stelt van andere organisaties die op zoek zijn naar hulpmiddelen in hun strijd voor gelijke kansen en voor een inclusieve en duurzame samenleving.

De oorsprong van het analysekader

Flora werd in 1994 opgericht als een klein netwerk van organisaties die vorming en tewerkstelling met laaggeschoolde vrouwen organiseren. De missie van die organisaties was niet om met (goedkope) vrouwelijke arbeidskrachten mooie winsten te maken, maar om die vrouwen - via ‘arbeid’ - te helpen een plaats in de samenleving te verwerven, hun talenten te ontplooien, zelfvertrouwen en autonomie zowel als sociaal kapitaal op te bouwen, dat alles met respect voor de zorg voor hun familie.
Het probleem waar ze al gauw op botsten, was dat de politieke context, zowel internationaal (het Europees Sociaal Fonds) als nationaal (het activeringsbeleid) het hen niet makkelijk maakte die maatschappelijke missie trouw te blijven. Concurrentie en productiviteit worden – met ruggensteun van de economische wetenschap – als alleenzaligmakende waarden naar voren geschoven. De regels van tendering verplichten de organisaties om tegen de laagst mogelijke kostprijs en via de kortste weg werkzoekenden naar de arbeidsmarkt te leiden.

Hoe kunnen de organisaties dus hun maatschappelijke missie beschermen tegen die overheersende druk van economische logica? Om aan deze uitdaging het hoofd te bieden, ontwikkelde Flora een analysekader dat helpt om het evenwicht te bewaken tussen de maatschappelijke meerwaarde enerzijds en het conformeren aan economische « wetmatigheden » anderzijds. Dit kader vormt een hulpmiddel bij de cocreatie van kennis.

Het genderconcept als sleutelelement voor de cocreatie van kennis

Als emancipatorisch concept is de notie ‘gender’ cruciaal om de socio-economische machtsmechanismen die tot uitsluiting en armoede leiden, te begrijpen. De notie gender maakt zichtbaar dat de rollen – of vormen van ‘arbeid’ - die mannen en vrouwen opnemen, niet vastgelegd zijn door biologische eigenschappen maar door maatschappelijke constructies.

Om zijn analysekader te ontwikkelen werkt Flora bij voorkeur samen met de meest kwetsbare groepen - en in het bijzonder met kansarme vrouwen – en met organisaties die met deze doelgroepen werken. Flora helpt de organisaties hun eigen rol te herdefiniëren vanuit de ontmoeting met mensen in kansarmoede. Ze schipperen immers voortdurend tussen de eisen van ‘bovenaf’ (de overheid, maar ook het ‘economische’ beleid in de eigen organisatie) en de noden ‘van onderuit’ (het appèl van de doelgroep en hun eigen nood aan solidariteit en menselijkheid). Flora helpt de organisaties om via methodieken van co-constructie een participatieve werking met hun doelgroepen uit te bouwen, en om samen met de groepen trajecten uit te werken waarin ze zelf vorm en invulling geven aan hun burgerschap. Als netwerk biedt het aan de organisaties bovendien een gezamenlijk platform om hun visie op een sociaal duurzame economie te ontwikkelen en naar het macroniveau toe te vertolken.

Veerkracht versterken om het evenwicht te herstellen

De actie van Flora berust niet op het aanvallen of bekritiseren van het vigerende systeem. Het gaat er niet om de efficiëntie van de winstlogica in vraag te stellen, maar wel om een evenwicht te vinden tussen deze logica en het versterken van veerkracht.
Om crisissen te kunnen opvangen, de koers bij te sturen en aan een veranderende omgeving aan te passen, is veerkracht nodig. Dat het socio-economisch systeem te hoog scoort op stroomlijnen en efficiëntie is duidelijk. Maar systemen die alleen op efficiëntie inzetten worden op de duur zo gestroomlijnd dat ze niet meer in staat zijn om bij te sturen en zich aan te passen als zich een schok voordoet, en zijn dus niet duurzaam. Om crisissen te kunnen opvangen, de koers bij te sturen en aan een veranderende omgeving aan te passen, is veerkracht nodig. Veerkracht is afhankelijk van diversiteit – de capaciteit om een ‘andere’ kijk of benadering te ontwikkelen – en verbondenheid – het vermogen om één functioneringswijze door een andere te vervangen. Alleen als de innovatieve ideeën ergens verankerd raken en niet louter losse flodders blijven, kunnen ze de kracht geven om crisissen te boven te komen.

Het mooie is dat Flora die diversiteit niet zelf hoeft te verzinnen ; zij bestaat al op diverse plekken in de samenleving, maar vaak worden ze niet erkend of ondersteund door (subsidiair) beleid. Veerkrachtige initiatieven om aan uitdagingen als armoede en ongelijkheid het hoofd te bieden, blijven dan ook te versnipperd. Door die ‘andere’ ervaringen via co-constructie aan het licht te brengen, geeft Flora hen een zichtbaarheid en een erkenning. Ook kunnen ze zich versterken via de uitwisseling tussen organisaties. Door te luisteren naar de vrouwen (en mannen) in armoede en naar de organisaties die met hen werken kunnen we leren op een andere manier naar de samenleving en de economie te kijken. Dit versterkt niet alleen de veerkracht van de mensen en de organisaties die met hen werken, maar ook die van de samenleving in het algemeen.

5-TWIN : een kader voor de veerkracht

Arbeid wordt in ons socio-economisch stelsel gelijkgesteld met loonarbeid, en alle andere vormen van arbeid worden daaraan ondergeschikt gemaakt. Dat deze visie op arbeid zich best vertaalt in het mannelijke kostwinnersmodel – de maximaal productieve werknemer die geen tijd ‘verliest’ aan zorgarbeid of andere vormen van arbeid – is duidelijk. De lineaire en eendimensionale visie op arbeid houdt schade in andere levensdomeinen – als ‘externaliteiten’ – uit het eigen blikveld en zet zo de duurzaamheid van economie en samenleving op de helling.
Men kan dus veronderstellen dat juist vanuit gender een ‘andere’ (lees: diverse, veerkrachtige) visie op arbeid kan worden geformuleerd. Gender heeft oog voor alle rollen waar mannen en vrouwen (al dan niet) toegang toe hebben en die een samenleving nodig heeft om goed te functioneren.
Flora heeft dan ook alles wat de vrouwen ons – vanaf de eerste projecten tot heden – geleerd hebben over wat arbeid voor hen betekent, in een synthetisch analysekader gebundeld. Voor de vrouwen zijn vier vormen van arbeid even belangrijk.

Als voor productiviteit (en winststreven) de noden van de toekomstige generaties verwaarloosd worden, als productiviteitsdruk mensen tot depressie en zelfmoord drijft en tot grote sociale verschillen leidt, dan verliest de samenleving haar veerkracht. Flora kwam in vele actieonderzoeken telkens opnieuw tot de vaststelling dat de dominante kijk op arbeid – met geld als enige waardemeter – de andere maatschappelijke functies in het gedrang brengt. Vandaar dat ‘bewaken van het evenwicht’, het ontwikkelen van beleids- en kennismodellen die de ‘hele’ mens en de ‘hele’ samenleving (nu en toekomstig) voor ogen houdt, als vijfde vorm van arbeid aan het analysekader werd toegevoegd. Flora streeft ernaar dit holistische model van arbeid als analysekader voor veerkracht zichtbaar te maken.


 

Duurzaamheid gaat over mensen

Download de volledige versie van analytische cader