Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Public Innovation through Complementary Cocreative Action

Public Innovation through Complementary Cocreative Action

Van fixen naar faciliteren

Flora voert momenteel een project uit rond sociale innovatie. We ontwikkelen dit project in het kader van ‘sociale innovatie’ van het departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse Overheid. Sociale innovatie en veerkracht ontstaan als burgers zelf nieuwe manieren vinden om aan noden te beantwoorden en oplossingen te creëren die in ieders bereik liggen. Vooral het betrekken van de meest kwetsbare groepen is daarbij van belang. Het project PICCA ontwikkelt een model voor cocreatieve innovatie door inzichten en succesfactoren vanuit drie casussen te bundelen en uit te diepen, dit met het oog op het produceren van een (prototype van een) werkboek voor lokale overheden of organisaties.

Hoe kan de overheid innovatieve oplossingen van burgers faciliteren?

Dat er vandaag nood is aan sociale innovatie, kan niemand nog ontkennen: de crisis zet de overheidsbudgetten onder druk, terwijl de vergrijzing op ons afkomt, de armoederisico’s stijgen en de milieuproblemen niet langer te ontkennen zijn. Meer en meer wordt dan ook duidelijk dat innovatie niet langer alleen bestaat in het perfectioneren van oplossingen in het bestaande sociale model, maar dat we op een aantal vlakken het roer radicaal moeten omgooien. De combinatie van toenemende noden en krimpende budgetten maakt dat de overheid niet langer alles voor de burger kan ‘fixen’, maar meer en meer ook moet ‘faciliteren’ dat burgers zelf met elkaar innovatieve oplossingen bedenken. Op heel wat plekken in Vlaanderen nemen lokale groepen van burgers al het heft in handen en werken creatieve oplossingen uit voor diverse noden, gaande van autodelen tot stadstuinieren. Dit noemen we PICCA-innovatie: Public Innovation through Complementary Cocreative Actions. De vraag is: hoe faciliteer je dat zodat het sneller en op grotere schaal ingang kan vinden? En hoe zorg je dat daarbij ook de meest kwetsbare burgers betrokken blijven?
Dit project wil een aanzet geven tot het formuleren van een antwoord op die vragen. Vanuit jarenlange ervaring met projecten met kansarme groepen heeft Flora vzw – een expertisenetwerk in duurzaamheid, solidaire economie en gelijke kansen – heel wat ervaring met het opzetten van trajecten waarin kwetsbare groepen zelf de handen ineen slaan om te werken aan thema’s die voor hen van belang zijn: participatie, burgerschap, empowerment. Daaruit blijkt dat als mensen in groep kunnen samenwerken – als ze niet langer als ‘object’ van beleid of hulpverlening benaderd worden maar als mede-actor – dit een sterke dynamiek in gang zet. Hoe kunnen beleidsdiensten en organisaties deze dynamiek (leren) benutten om op lokaal niveau antwoorden op bestaande en nieuwe noden te vinden? Aan de hand van drie casussen bundelt Flora de ervaringen van lokale groepen en ontwikkelt – mede ondersteund door literatuur en een gebruikerscommissie – een werkboek waarin PICCA-innovatie wordt verduidelijkt. In eerste instantie gaat het om een prototype van (een nieuw model van) innovatie, om het verduidelijken van concepten, methodieken en kritische succesfactoren. Tegelijk wordt erop gewezen dat deze – radicaal vernieuwende – initiatieven ook nog een aantal onduidelijkheden en risico’s inhouden. Hoe kan je het bestaande sociale model opentrekken zonder evenwel de wettelijke en democratische regels te overtreden? Welke juridische en financiële implicaties kan PICCA-innovatie hebben, en hoe vang je dat op? Om op die vragen een antwoord te vinden, volstaat een project van één jaar natuurlijk niet. De Innovatiefabriek biedt dan ook een unieke opportuniteit om sociale innovatie in Vlaanderen op radicale en grootschalige wijze te verkennen. In dit project wordt in eerste instantie aangetoond dat PICCA wel degelijk iets in beweging kan zetten; een impactmeting door de KHLeuven moet dit verifiëren. In het werkboek zal worden toegelicht wat de succesfactoren zijn die maken dat het werkt, en waar bij de invoering van PICCA moet worden op gelet. In de gebruikerscommissie zitten zowel personen uit organisaties die met kwetsbare groepen werken als kennisinstellingen die rond sociaal werk en innovatiebeleid voor duurzaamheid werken.

Letterwoord als hefboom voor sociale duurzaamheid

Eigen aan innovatie is dat men iets nieuws tot stand wil brengen, maar dat men om dat te benoemen, onvermijdelijk gangbare termen en concepten moet gebruiken. Dat maakt dat termen waarmee men iets ‘nieuw’ bedoelt, soms door de lezer (gebruiker…) in de oude betekenis wordt geïnterpreteerd, waardoor de bedoelde innovatie ingesloten dreigt te blijven. Om de eigenheid van de transformatieve vorm van innovatie goed zichtbaar te maken, introduceren we dan ook de term ‘PICCA’. Als letterwoord refereert de term naar volgende elementen.

  • Public : het gaat om innovatie die zich per definitie in de publieke ruimte afspeelt, waar het publiek bij betrokken is,en die tot collectieve nieuwe oplossingen leidt; het zijn innovatieve acties die tot een andere organisatie van de gemeenschap (de publieke ruimte) leiden.
  • Innovation : het gaat om het ontwikkelen en uitwerken van telkens nieuwe, aan zich voordoende noden aangepaste manieren waarop burgers zich organiseren; door telkens ‘andere’ initiatieven en oplossingen te ontwikkelen, verhoogt de maatschappelijke veerkracht tegenover crisissen.
  • Complementary : het gaat niet om het vervangen van bestaande overheidsdiensten, maar om aanvullende politieke hefbomen; evenmin vervangt deze vorm van organisatie en valorisatie van sociale rollen de klassieke jobcreatie, maar vult deze aan (zie ook “complementaire munten”).
  • Cocreative : de burgers zijn geen ‘consument’ van een door de overheid geleverde dienst (‘fixing’), maar zijn er ‘mede-producent’ van; door het inbrengen en valoriseren van ieders talenten, ontstaan nieuwe oplossingen voor bestaande noden die in ieders bereik liggen.
  • Actions : met dit project willen we voorbij de theorie en de conceptuele kaders geraken, maar een aanzet geven tot praktische inzichten en methodieken; acties zijn altijd lokaal ingebed, en dus veelvormig.
Een inclusief proces

Er is in de literatuur al redelijk wat geschreven over deze nieuwe vorm van innovatie, maar dit is nog (te) weinig vertaald in concrete en praktische methodieken om het op lokaal niveau in de praktijk te brengen. Het PICCA-project wil vooral die praktische vertaalslag maken. Daarom wordt met drie casussen gewerkt. De casussen zijn projecten (van Flora vzw resp. van een partnerorganisatie, IVCA/CAW De Terp) waarin met kwetsbare groepen aan cocreatieve oplossingen rond een bepaald thema wordt gewerkt.
De casussen hebben voor een deel betrekking op thema’s die verband houden met sociale inclusie en stedelijkheid. Toch beschouwen we dit als een project met een ‘open thema’. De reden hiervoor is dat we een (prototype van) methodologie willen ontwikkelen die innovatieve cocreatie voor alle sociaaleconomische groepen toegankelijk maakt. Oplossingen die voor de meest kwetsbare groepen werken, werken doorgaans ook voor een middenklasse publiek (dat eventueel een aantal stappen van de methodiek kan overslaan). Omgekeerd is het niet zo dat een methodiek die met/voor de middenklasse ontwikkeld wordt, automatisch ook op maat van kwetsbare groepen is. Indien op lokaal niveau een cocreatief proces wordt opgezet, is het gevaar reëel dat vooral hoger geschoolden eraan participeren, terwijl kwetsbare groepen zich geïntimideerd voelen. Om dat te vermijden, vertrekt Flora altijd van kennisontwikkeling met de meest kwetsbaren. Dat betekent niet dat ‘inclusie’ van die groepen het doel van de innovatie is, wel dat elke innovatie (ook bvb met ecologische doelen) op een inclusief proces moet berusten. De zorg voor dit inclusieve karakter van de methodologie weerspiegelt zich ook in de samenstelling van de gebruikerscommissie.