Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Mee met de digitale trein ?

Mee met de digitale trein ?

in groep lukt het beter !

Bij steeds meer functies komen nieuwe technologieën kijken. Je kind helpen met schoolwerk, de uren van de trein opzoeken, met verre familie communiceren, iets betalen of solliciteren, telkens wordt verwacht dat men de knopjes kan bedienen en de kneepjes kent. Hoe zorgen dat iedereen nog volgt?

Mogen we even stilstaan bij wat er vandaag allemaal online gebeurt? Sommige dokters regelen hun afspraken via het internet. Je bankrekening raadplegen doe je op de computer of via de smartphone, of je betaalt extra om aan het loket geholpen te worden. Luchtvaartmaatschappijen als Ryanair verkopen hun tickets enkel online, maar ook je boodschappen doen, kleren kopen of tweedehands spullen kopen kan vandaag via de computer. In naam van vooruitgang wordt steeds meer online gekocht, verkocht of verricht. De drang naar innovatie maakt dat we voortdurend moeten volgen met telkens nieuwe informaticatechnieken. Windows 7 hebben we net een beetje onder de knie en daar Windows 8 staat al aan de deur te kloppen.

Maar ook de jonge generatie wordt niet ontzien! Vroeger gingen kinderen na schooltijd met vrienden spelen, en bij zonsondergang was het tijd om naar huis te gaan. Nu lopen kinderen met een gsm op zak en worden ze door hun ouders opgebeld. De kinderen van pakweg 15 jaar geleden speelden buiten met krijt, een bal of een fiets, terwijl ze nu vooral met videogames bezig zijn. Bezorgde ouders berekenen hoeveel ‘Screen Time’ (tijd voor een scherm) hun kinderen op hun dagschema hebben staan. Op school beginnen ze steeds vroeger met de computerlessen en in sommige lagere scholen is het al verplicht om met een tablet naar school te paraderen.

Maar kan iedereen deze digitale sneltrein nog wel volgen?

DE BERUCHTE KLOOF

Aan het begrip ‘Digitale Kloof’ zijn intussen al talrijke studies en beleidsteksten gewijd. Steeds meer mensen geraken achterop en kunnen deze evolutie niet meer volgen. Maar wie zijn deze mensen? En wanneer spreekt men eigenlijk van een digitale kloof?
Wikipedia is van mening dat met de term digitale kloof “het verschil bedoeld wordt tussen diegenen die kunnen profiteren van digitale technologie en zij die dit niet kunnen. De term is zowel van toepassing op maatschappelijk vlak tussen individuen, als op wereldschaal tussen technologisch meer en minder ontwikkelde landen. » Ook in een studie van de Studiedienst van de Vlaamse Regering ziet men de digitale kloof als het verschil tussen mensen die ICT bezitten en gebruiken en zij die dat niet doen. Een computer hebben en toegang krijgen tot het internet is dus één zaak, er effectief gebruik van maken een andere. En daar knelt het schoentje, zo blijkt.
Wat vertellen ons de cijfers (1)? De statistieken laten zien dat de digitale kloof een weerspiegeling is van de sociale ongelijkheid in onze samenleving. De cijfers laten zien dat er een groot verschil merkbaar is in internetgebruik en PC-bezit volgens opleidingsniveau, activiteitsstatus, leeftijd en geslacht.

Volgens de ICT-enquête uit 2011, heeft 13% van de Belgen tussen 16 en 74 jaar nog nooit een computer gebruikt en heeft 14% nog nooit op het internet gesurft.

Een computer is in 79% van de Belgische gezinnen (met minstens één persoon tussen 16 en 74 jaar) aanwezig. Ook bij het gebruik van internet merken we in 2011 een stijging: 77% van de Belgische huishoudens heeft een internetverbinding. Volgens de enquête hangt de digitale kloof duidelijk samen met de arbeidssituatie, het opleidingsniveau en de leeftijd. Zo heeft 18% van de werklozen nog nooit gesurft, tegenover 5% van de loontrekkenden en 6% zelfstandigen. Studenten daarentegen zijn bijna allemaal al eens op het internet geweest (99%). 36% van diegenen die niet studeren, werken of werkzoekend zijn, is nooit op het internet geweest.

Het opleidingsniveau speelt ook een rol: 31% van de laaggeschoolden heeft nog nooit internet gebruikt tegenover slechts 2% van de hooggeschoolden. De digitale kloof neemt ook toe met de leeftijd: 51% van de bevolking tussen 65 en 74 jaar is nog nooit op het internet geweest, tegenover 1% van de 16 tot 24-jarigen.

Ook sekse blijkt nog steeds een rol te spelen in de toegang die mensen tot ICT hebben. Als we kijken naar het aantal mannen en vrouwen dat nog nooit een computer gebruikt heeft, zien we het verschil tussen beide geslachten toenemen met de leeftijd. 25% van de mannen tussen de 55 en 74 jaar en 41% van de vrouwen uit dezelfde leeftijdscategorie gebruikt nooit een computer. Het internet is een nobele onbekende voor 28% van de mannen en 43% van de vrouwen tussen de 55 en 74 jaar. Het verschil tussen beide geslachten blijft ook opmerkelijk als we het opleidingsniveau bekijken: ongeacht het opleidingsniveau scoren mannen beter op het vlak van computergebruik zowel als dat van internetgebruik.

DIGITALE INCLUSIE GEZIEN VANUIT GENDER

De overheid investeert heel wat middelen in het onderzoeken en bestrijden van de digitale kloof. In eerste instantie heeft ze gezorgd voor goedkope computers en internetaansluitingen. In termen van de genderanalyse gaat dit om de ‘productieve’ arbeid, het voorzien in de materiële voorwaarden. Er werden computers ter beschikking gesteld in publieke ruimten zoals bibliotheken of digipunten. Maar, zoals gezegd garandeert het (ter beschikking) hebben van een computer of aansluiting niet dat mensen er ook gebruik van maken. In tweede instantie heeft de overheid dan ook geïnvesteerd in het sensibiliseren van mensen en in het aanbieden van goedkope computercursussen. Via ‘zelfarbeid’, het bijspijkeren van individuele vaardigheden en attitudes, wil men een maatschappelijk probleem aanpakken. Ook dat blijkt dweilen met de kraan open, want de link met de dagelijkse leefwereld van de mensen ontbreekt. Wie bijvoorbeeld na een dag lang poetsen nog een babysit moet regelen en een bus naar de stad moet nemen om iets te leren waar ze op het werk toch nooit iets mee doen, zal daar de zin niet van inzien. U ziet het, de genderanalyse laat ons toe om de ‘missing links’ in de strijd tegen de digitale kloof in beeld te brengen.

Om tot een duurzame oplossing te komen, richten we dus de blik op de twee rollen die tot nu toe buiten beeld bleven: de zorgarbeid en de sociale arbeid. De leefwereld van veel kansarme vrouwen is beperkt tot de familie en de kring van naasten voor wie ze zorgen. Hun droom is om hun familie gezond en gelukkig te zien, en pas als ze merken dat ICT hen daar bij kan helpen, zullen ze misschien de stap zetten, de moed en motivatie vinden om computervaardigheden te leren. Van zorgarbeid naar zelfarbeid dus, en weer terug. Zolang eenzijdig de klemtoon wordt gelegd op het belang van computercursussen versterkt men het beeld dat ICT enkel voor ‘experts’ toegankelijk is, en sluit men meer deuren dan men er opent. Door ICT daarentegen als een ‘collectief goed’ te benaderen, een publieke ruimte die voor iedereen ongeacht zijn of haar vaardigheden vrij toegankelijk is, een fascinerend en spannend landschap dat men samen met anderen kan verkennen, wordt heel wat mogelijk (2).

E-CITIZENSHIP : SAMEN VOOR DIGITALE INCLUSIE !

Flora voert sinds vorig jaar het project E-citizenship, waarin collectieve computerateliers werden opgezet met 6 pilootgroepen van kansarme vrouwen en mannen van diverse origine (3). Deze ateliers worden georganiseerd op plaatsen waar de groepen reeds de nood aan participatie voelen. Door te vertrekken van hun ervaringen en vertrouwde participatie - en communicatiepraktijken voelen ze zich aangemoedigd zich in te schakelen in een collectieve, participatieve dynamiek waarin ze samen diverse informatie-en communicatietechnieken verkennen. De doelgroep die we daarmee beogen zijn kansarme vrouwen van vreemde origine.

Op grond van diverse eerdere projecten en actieonderzoeken heeft Flora een specifieke expertise ontwikkeld over de hardnekkige mechanismen die tot uitsluiting van kansarme vrouwen van allochtone origine bijdragen. Deze mensen participeren al te vaak niet als burgers in de publieke ruimte, maar hebben evenmin toegang tot de virtuele wereld die gecreëerd wordt door nieuwe informatie- en communicatietechnologieën. Om voor hen een groter veld van mogelijkheden te openen, moet een specifieke aanpak ontwikkeld worden. Daarbij wordt vertrokken van de informatie- en communicatietechnologieën die ze reeds kennen en gebruiken, en die voor hen zin en betekenis hebben. In een volgende etappe wordt met hen een veilige context gecreëerd waarin ze het aandurven nieuwe mogelijkheden te verkennen die aansluiten bij hun noden en verwachtingen. De groepen worden dus ‘empowered’ doordat ze niet benaderd worden als mensen ‘die moeten leren’ maar doordat we juist vertrekken van wat ze wel al kennen en durven, en focussen op wat ze met en van elkaar kunnen leren.

In 2013 worden dergelijke computerateliers opgezet op 3 plaatsen : het Maison Biloba huis, het Maison des Femmes in Schaarbeek en Buurtservice vzw in Berchem-Antwerpen. De groepen zijn gevarieerd. Bij het Maison Biloba huis hebben we te maken met vrouwen en mannen, terwijl aan de andere groepen enkel vrouwen deelnemen. De deelnemers beslissen zelf wat ze wil leren en aan welk ‘mini-project’ ze willen werken. Via co-constructie leren ze dan van elkaar de nieuwigheden.

De methodiek die we doorheen deze ateliers proberen op punt te stellen sluit aan bij de methodiek “van ik naar wij” die Flora heeft ontwikkeld (4). Daarin worden groepstrajecten ontwikkeld die de maatschappelijke participatie van mensen versterken. De nadruk ligt ook in de E-ateliers niet zo zeker op het leren van computervaardigheden we geven dus geen computerlessen - maar eerder op het samen werken aan zaken waar ze zelf de nood aan voelen, vragen durven stellen aan de buurvrouw, nieuwe toepassingen durven uitproberen en plezier hebben in het al doende leren. Door samen een traject aan te vatten en dit zich als groep eigen te maken, leren de groepsleden samenwerken, samen de digitale kloof te overbruggen. Ze ontwikkelen sociale vaardigheden en leren veel van elkaar. Ze maken zo op eigen kracht en op hun eigen ritme kennis met de digitale wereld, afgestemd op hun niveau en gericht op hun noden.

De mini-projecten die de deelnemers aan de ateliers kozen waren ondermeer: e-mail, facebook, sociale media, e-banking, mappy, vliegtickets boeken, kapaza, enzovoort. Ze leren als het ware een aantal basisvaardigheden van elkaar en door zelf te oefenen waarbij ze in hun dagelijks leven voordeel kunnen doen zoals de openingsuren van de gemeente of het lokaal dienstencentrum opzoeken, e-mails versturen in plaats van te telefoneren naar dure dienstverleningslijnen.

In een laatste fase van het project is het belangrijk dat de groep naar buiten treedt. De doelstelling van de ateliers is ook om een brug te bouwen naar plaatsen waar participatie via digitale media ondersteund wordt, zoals bibliotheken, open computerruimtes, cybercafés, buurtorganisaties, copyshops enzovoort. De groep zelf leert dankzij de workshops door co-constructie het initiatief te nemen, plaatsen in de buurt op te zoeken. Op die manier kan hun kennismaking met de digitale wereld tot een duurzame digitale inclusie leiden.

EN HET BELEID?

De strijd van de overheid tegen de digitale kloof lijkt op het verslaan van een duizendkoppig monster. Zodra je een groep mensen opgeleid hebt om een bepaalde ‘generatie’ van ICT-toepassingen onder de knie te krijgen, komen nieuwe (versies van) technologieën de kop op steken, en moet je opnieuw beginnen. Ons project toont aan dat de strijd minder hopeloos lijkt als ook de digitale inclusie door ‘duizendkoppige burgers’ wordt bestreden. Door de moed en de krachten te bundelen, door samen het complexe ICT landschap te verkennen en met elkaar op zoek te gaan naar hoe je het beest kan temmen en voor je eigen kar kan spannen, krijgen we heel wat mensen mee voor wie het voordien ‘allemaal niet meer hoefde’. Nu komt het erop aan te onderzoeken hoe de overheid deze cocreatieve aanpak van de strijd tegen de digitale kloof kan ondersteunen. Flora blijft zoeken, en houdt u op de hoogte van haar vorderingen !


(1) Bron : http://www.armoedebestrijding.be/cijfers_digitale_kloof.htm.
(2) Flora verkende dit thema al op de Agora ‘Gemeenschappelijk goed, beter, best’ van 2010. Zie http://www.florainfo.be/IMG/pdf/brochure_agora_nl-2.pdf
(3) Het project E-citizenship krijgt de steun van het Federaal Impulsfonds voor het Migrantenbeleid.