Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Innovatie voor turbulente tijden (Edito)

Innovatie voor turbulente tijden (Edito)

De maatschappelijke en ecologische crisissen dagen ons uit! Het industriële systeem dat voor sommige groepen grote welvaart gebracht heeft, blijkt niet in staat de kloof tussen arm en rijk te dichten en respect voor het leefmilieu op te brengen. Twee antwoorden zijn mogelijk. Ofwel tracht men het economische systeem wat bij te sturen zodat de groei groener en socialer wordt. Of men kan het welzijn van mens en planeet centraal stellen, en van daaruit ook de economie grondig opnieuw denken. De notie ‘arbeid’ herdefiniëren met het oog op duurzaamheid dus…

EEN NIEUW MAATSCHAPPELIJK SYSTEEM DEFINIËREN

Onze samenleving investeert enorme budgetten in onderzoek en innovatie. Hoe komt het dat desondanks de uitdagingen alsmaar groter lijken te worden en de armoede ook in Europa toeneemt? Ook de onderzoekswereld zelf stelt zich die vraag. Onderzoeksinstellingen bekijken als het ware zichzelf in de spiegel van de maatschappelijke crisissen, en proberen te begrijpen wat wetenschap en innovatie anders zouden moeten doen om beter op die uitdagingen te kunnen reageren (1). Twee mogelijke benaderingen worden naar voren geschoven. Enerzijds neemt de academische wereld de crisissen als nieuw ‘object’ van onderzoek. Naast de bestaande disciplines komen er dan specialismen zoals milieustudies of armoedeonderzoek bij. Omdat het om complexe problemen gaat, wordt daar vaak vanuit diverse vakgebieden samen – interdisciplinair – aan gewerkt. De ingenieur maakt bijvoorbeeld een propere technologie, terwijl de sociale wetenschapper onderzoekt wat de consument ertoe kan aanzetten die te kopen. Het wetenschapsbedrijf steekt dus een tandje bij om ook de maatschappelijke en ecologische thema’s in het vizier te krijgen. Dit soort innovatie kan ook de economie een nieuwe boost geven door een markt voor propere technologieën te ontwikkelen.

De tweede benadering vertrekt van de vaststelling dat de manier waarop wetenschap en technologie de wereld tot nu toe benaderd en gestructureerd hebben, mee aan de bron van de crisissen ligt. De werkelijkheid wordt vanuit een ivoren toren als ‘object’ van kennis, van technische ingrepen en economische exploitatie benaderd, en dat heeft geleid tot een schrijnend gebrek aan respect voor mens en planeet. Vanuit die visie stelt de wetenschap zichzelf in vraag. In plaats van steeds verder en harder te jagen naar nog meer technische controle en groei, zoeken ze – vanuit de confrontatie met mensen in armoede of met ecologische systemen die ten onder dreigen te gaan – naar een meer ‘duurzaam’ wetenschappelijk model. Steeds luider klinkt de vraag om de jacht op ‘vermarktbare’ kennis op te schorten, om stil te staan en geduldig te luisteren welke wijsheid mens en de natuur zelf in zich dragen over hoe ze kunnen gedijen. Deze roep om ‘slow science’ gooit wetenschappelijke activiteit zelf over een andere boeg, vanuit een respectvolle ontmoeting met de menselijke (en natuurlijke) realiteit. En daarvoor zijn natuurlijk ook andere ‘onderzoekssettings’ nodig, waarin niet ‘over’ maar ‘met’ de mensen in armoede – en de organisaties die met hen werken – samen een nieuw soort kennis gecoproduceerd wordt. Juist dat is de missie van Flora als expertisenetwerk!

ORGANISATIES COMBINEREN MEERDERE ROLLEN

Om een meer duurzame samenleving te bereiken, vertrekt Flora van de genderanalyse. Het concept gender verwijst naar de maatschappelijke constructie, verdeling en valorisatie van verschillende rollen. Zorgarbeid wordt nog steeds vooral door vrouwen opgenomen, terwijl de economie op zoek is naar werknemers die juist maximaal beschikbaar zijn voor de productieve arbeid en dus zo weinig mogelijk tijd ‘verliezen’ met andere taken. Vrouwen en mannen komen zo in een concurrentiestrijd terecht, en wie het meest ‘competitief’ is, en bereid is de andere taken daaraan op te offeren, wint de strijd. Maar als nu blijkt dat het competitiemodel niet duurzaam is, en dat zorg en solidariteit misschien wel centraal zijn voor een duurzaam socio-economisch systeem, krijgt de genderanalyse een nieuwe relevantie. Het gaat er niet langer alleen om vrouwen, laaggeschoolden en kansarmen in het systeem te duwen en hen zo te ‘activeren’, maar het gaat erom de noties ‘activiteit’ en ‘arbeid’ zelf een nieuwe invulling te geven, rekening houdend met reële noden en mogelijkheden van mens en planeet. Samen met zijn partners voert Flora een reflectie op dit thema uit met als doel ook het beleid hierover te sensibiliseren. Ook de organisaties die met mensen ‘in inschakeling’ werken, worden overwegend afgerekend vanuit een te enge visie op arbeid. Activiteiten die mensen ‘productief’ maken, moeten op de kortst mogelijke tijd en tegen de minste kost worden geleverd. Sociaal werkers op het terrein weten echter dat een duurzame inschakeling op de arbeidsmarkt voor kwetsbare groepen niet haalbaar is zonder tegelijk aan hun zelfbeeld en hun sociale participatie te werken. Maar vanuit een eenzijdig efficiëntiestreven splitst het beleid de taken op: activering moet productieve arbeid voor ogen houden, en voor die andere rollen is geen (budgettaire) ruimte of erkenning. En dus doen organisaties die met kansengroepen aan de slag gaan, heel wat onzichtbaar en niet gevaloriseerd werk. Flora biedt hen dan ook instrumenten aan om mensen te coachen zodat ze meer autonoom over hun leven- en loopbaantraject kunnen leren beslissen (Coaching d’insertion). Ook creëren we een forum om bij het werken aan inschakeling oog te hebben voor diverse genderrollen: we bieden hen methodieken om participatief werk met de doelgroep te ondersteunen, we ijveren samen met onze partners voor meer realistische en gendergevoelige indicatoren, en overleggen hoe we bij de overheid een meer realistisch en gendergevoelig concept van activering kunnen bepleiten (Forum Insertion et Genre).

DE KRACHT VAN VROUWEN

Uit diverse actieonderzoeken die Flora eerder uitvoerde, bleek dat vrouwen zich niet alleen als ‘consument’ of ‘object’ van beleid of hulpverlening opstellen, maar elkaar ook kunnen steunen en versterken. Uit het onderzoek naar de leefwereld en culturele praktijken van alleenstaande ouders van diverse origine dat Flora in 2011 voerde, bleek dat deze mensen vooral het gebrek aan sociaal weefsel en collectieve referentiekaders als een gemis ervaren. Geen wonder dus dat ze vooral bij elkaar steun vinden, dat ze door samen naar oplossingen voor allerlei problemen te zoeken, het gevoel krijgen er niet zo alleen voor te staan. Maar hoe kan je dat als beleid stimuleren in een context die alleen ‘beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt’ als valabel concept van arbeid ziet? In tijden van toenemende sociale noden en budgettaire krapte groeit evenwel de belangstelling voor het valoriseren van de burger als coproducent van diensten. Rond dit thema voert Flora momenteel drie projecten uit. We bekijken hoe het empowerment van alleenstaande ouders in Brussel versterkt kan worden door - binnen de bestaande beleidskaders - ruimtes voor cocreatie te voorzien (‘Eénoudergezinnen en armoede: versterken van empowerment/ Familles monoparentales et pauvreté : renforcer l’empowerment’). Ook kijken we hoe mensen die om diverse redenen totaal niet participeren aan het publieke aanbod aan cultuur-, jeugd of sportactiviteiten, daar toegang toe kunnen krijgen, en welke rol andere mensen van de doelgroep hierbij kunnen spelen (‘Het klikt’). En we kijken hoe mensen uit kwetsbare groepen door hun talenten bijeen te leggen, samen de strijd tegen de digitale kloof kunnen aangaan (‘E-citizenship’).

In deze nieuwsbrief leest u meer over de actualiteit van ons werk.