Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > (Ik) help (je), het is crisis! (Edito)

(Ik) help (je), het is crisis! (Edito)

Co-creatie door burgers als uitweg voor een falend economisch model?

In Portalegre, een zwaar door de crisis getroffen stadje in Portugal, wordt een oude praktijk weer leven ingeblazen: de ‘Ajudada’, wat staat voor wederzijdse hulp en gemeenschapsarbeid (1). Met creativiteit en coöperatie – of noem het co-creatie – laten de inwoners zien dat in de lokale gemeenschap alles te vinden is wat nodig is om een goed leven te garanderen. Een inspirerend verhaal!

Diverse rollen weer in evenwicht

Een groep burgers van Portalegre bracht het proces op gang, geïnspireerd door de waarden van geven en delen. In de gemeenschap werden samenwerkingsverbanden en netwerkstrategieën ontwikkeld en projecten opgezet. Filipa Pimentel, een van de initiatiefneemsters, stelt dat te vaak een gevoel van machteloosheid heerst om dingen te veranderen, en dat we dan maar beroep doen op iemand met macht. Als antwoord daarop mobiliseert de Ajudada de talenten van ieder om samen antwoorden op lokale noden te formuleren. Als we dit vanuit de genderanalyse bekijken, komt het erop neer dat het welzijn van de gemeenschap niet langer afhankelijk wordt gemaakt van geld en patriarchale machtsverhoudingen, maar dat naar andere rollen wordt teruggegrepen om de crisis te bestrijden en de veerkracht van de gemeenschap te herstellen. Artistiek ontwerpster Sonia Tavares helpt alternatieven uit te werken voor dagelijkse behoeften waar normaal geld voor nodig is (productieve arbeid). De Ajudada laat de mensen ervaren dat het mogelijk is om grenzen te verleggen en creatief te zijn, wat bijdraagt tot persoonlijk geluk, zo stelt Sonia (zelfarbeid). Het initiatief wordt ook enthousiast begroet door Rui Pulido Valente, een docent management en technologie. Hij ziet een heel diep verlangen om verbanden te smeden, en in te gaan tegen de consumptielogica die mensen scheidt naar gelang hun geld of sociale status. Tal van projecten zien het licht die voor de crisis ondenkbaar waren, zoals gemeenschapstuinen, workshops en culturele activiteiten (sociale arbeid). Al deze initiatieven hebben speciaal aandacht voor wat lokaal is, en geven voorrang aan duurzame en milieuvriendelijke initiatieven (zorgarbeid, zorg voor planeet en toekomstige generaties).

Tegen de crisis, tegen onrecht

Vanuit het perspectief van (kansarme) vrouwen is een meer gelijke erkenning van ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ rollen cruciaal om een menswaardig leven te hebben. Het heersende economische model stelt ‘rationeel handelen’ gelijk met het nastreven van het eigen belang. En dus kopen we kleren die in Bangladesh door machteloze arbeidsters tegen een hongerloon in een gammele fabriek werden gemaakt. Zoiets heet ‘verstandig’ te zijn, omdat het goed is voor onze eigen portemonnee.

Dit kortzichtige nastreven van eigenbelang brengt vandaag het economisch bestel zelf aan het wankelen. Ook al spreekt men sinds vijf jaar van een ‘crisis’, het wordt stilaan duidelijk dat het niet om een ‘accident de parcours’ gaat, om een uitzonderlijk geval van slechte bestuurskunde of tegenslag, maar dat er aan het monetair-economische model iets structureel fout is. De kloof tussen arm en rijk wordt steeds maar groter, en ook de planeet volgt al lang niet meer de onverbiddelijke groeilogica van de monetaire economie. Uit zorg voor de planeet, de sociale rechtvaardigheid en de toekomstige generaties wordt dan ook door heel wat mensen en organisaties ijverig naar alternatieven gezocht, en daar is de Ajudada een voorbeeld van.

Kritische vragen zijn op hun plaats

Solidariteit en zorgzaamheid komen door de crisis dus opnieuw hoog op de agenda. We hoeven natuurlijk niet te wachten tot de situatie hier even dramatisch is als in Zuid-Europa of tot er weer een kledingfabriek in Bangladesh instort om arbeid breder te definiëren. Door cocreatie, onderlinge hulp en samenwerking op de sociaaleconomische agenda te zetten kunnen we een meer duurzame benadering van arbeid promoten. Alleen: hoe doe je dat in een samenleving die alle sociale rechten (en belastingplichten) afhankelijk heeft gemaakt van deelname aan het (monetaire) productieproces? Alleen door loonarbeid bouw je op vandaag rechten op. Wie tijd en energie vrijmaakt om anderen te helpen, riskeert te worden gezien als ‘niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt’ of als ‘zwartwerker’. De ‘vrije’ markt is nu ook weer niet zo vrij dat je zomaar je medemens mag helpen! Is het dan niet gevaarlijk om mensen aan te moedigen tot onderlinge hulp? Riskeren ze niet hun sociale rechten te verliezen? Of kan de sociale zekerheid ook deels op cocreatie gebouwd worden? En kan de cocreatie rond lokale noden echt een tegenwicht bieden tegen de hele economische machinerie, of blijft het een vorm van puinruimen in de marge die de economie een alibi verstrekt om juist niet van koers te moeten veranderen ? Zal de overheid niet in de verleiding komen om sociale herverdeling en dienstverlening aan de burgers over te laten? En als je cocreatie meer gaat valoriseren, riskeer je dan niet de menselijke solidariteit te ‘monetariseren’ en ook tot een koele, berekende economie te maken ?

Actieonderzoek naar cocreatie

We weten dat zorg en onderlinge hulp rollen zijn die al altijd werden opgenomen, en wel vooral door vrouwen, die veel vaker dan mannen hun carrière terugschroeven om ruimte te houden voor sociale en zorgarbeid (2). Alleen worden ze daar niet alleen niet voor gewaardeerd, ze worden er zelfs voor gestraft doordat ze geen rechten opbouwen en geen materiële (financiële) autonomie verwerven. En dat terwijl onze samenleving toch niet kan functioneren zonder zorg en samenwerking. Als je alleen nog maar kinderen de straat mag helpen oversteken of een zorgbehoevende buur mag helpen als je daarvoor door een bedrijf betaald wordt, dan is dat toch wel het einde van een leefbare samenleving! Men moet dus ophouden onderlinge hulp en zorg te ontmoedigen en af te straffen. Het ‘onzichtbare werk’ van (vooral) vrouwen mag best worden erkend en gevaloriseerd als iets wat waarde heeft voor de samenleving. Maar dit betekent nu ook weer niet dat je dan maar ineens alles aan de burgers mag overlaten. Wat de ‘juiste’ balans is tussen taken die de overheid en de economie opnemen en de oplossingen die burgers zelf kunnen ontwikkelen, is op dit moment nog onduidelijk. Hoe waak je erover dat cocreatie ‘complementair’ blijft aan professionele en publieke diensten?

In het komende werkjaar staat cocreatie centraal in de projecten en acties van Flora. We onderzoeken hoe gemarginaliseerde vrouwen (en mannen) samen aan digitale inclusie kunnen werken. We zoeken uit hoe ze elkaar op weg kunnen helpen om meer aan het bestaande aanbod aan culturele en andere activiteiten te participeren. We gaan na hoe het Brusselse beleid kansarme (alleenstaande) ouders van diverse afkomst kan ondersteunen bij de gezamenlijke initiatieven die ze opzetten. We bekijken welk beleidsmodel sociale cohesie kan versterken, en hoe lokale muntsystemen daarbij een rol kunnen spelen. Bij dat alles houden we uiteraard al die kritische vragen steeds voor ogen. Doordat we cocreatie rond diverse thema’s en in uiteenlopende contexten bestuderen, kunnen we ook inzicht krijgen in risico’s en kritische succesfactoren.

En vergeet de inschakelingssector niet !

Het zou natuurlijk vals zijn om solidariteit, het valoriseren van ieders talenten en het stimuleren van participatie aan gezamenlijke projecten als iets compleet nieuw voor te stellen. De sociale economie had altijd al als inzet om (naast het versterken van de productiviteit en competitiviteit van kwetsbare mensen) solidariteit, participatie en coöperatie centraal te stellen. De productieve arbeid geldt er als een middel om mensen laten ervaren dat ze wel degelijk iets bij te dragen hebben (zelfarbeid) en om hun sociaal weefsel en aanzien te versterken (sociale arbeid). Maar doordat het economische denken maar één rationaliteit erkent, namelijk die van het ‘eigenbelang’ en de ‘privéwinst’, werden de socioprofessionele inschakeling en de sociale economie weer overwegend herleid tot een subsector van de economie. Inschakelingsorganisaties moeten vandaag vooral competitief en productief zijn, en mogen geen tijd verliezen aan sociale en participatieve activiteiten. De indicatoren waarop ze worden beoordeeld, doen dan ook geen recht meer aan hun oorspronkelijke missie en visie. De studiedag die Flora in 2012 over het thema ‘activering’ organiseerde, bracht aan het licht dat diverse actoren – zowel uit het middenveld als uit de overheid en de academische wereld – vandaag aan de alarmbel trekken over deze scheeftrekking. Flora bundelt die signalen en werkt aan een manifest over deze problematiek. Ook verkennen we hoe meer ‘zin-volle’ indicatoren voor de inschakelingssector kunnen worden ontwikkeld - uiteraard met input van de mensen om wie het gaat. En ook de vormingen rond inschakelingscoaching besteden vanzelfsprekend de nodige aandacht aan de diverse rollen die voor een duurzame inschakeling in evenwicht moeten zijn. Onnodig te zeggen dat al deze projecten maar mogelijk zijn doordat we kunnen samenwerken met onze vele partners op het terrein, de echte experts wat betreft al deze vragen.

Naar een solidaire economie op micro-, meso- én macroniveau

Vanuit eerdere projecten weten we dat organisaties (crèches, buurthuizen, opleidings- en tewerkstellingsinitiatieven, PWA’s, …) vaak ruimte maken voor groepsinitiatieven, voor gezamenlijke ontbijten, koffietafels of voor ‘zomaar een babbel’, of voor trajecten van burgerparticipatie ‘Van ik naar wij’. Soms komen hier cocreatieve initiatieven uit voort die zich ook los van de professionele omkadering in stand trachten te houden. Het lijkt ons dat daar de echte zin van een ‘sociale’ economie ligt: zij stelt haar ‘resources’ ter beschikking van mensen ongeacht hun talenten, versterkt hun autonomie en hun verbondenheid, en draagt zo bij tot een welvarende en solidaire samenleving. Nu alleen nog zien hoe de overheid dat op een evenwichtige wijze kan ondersteunen, en zo samen met de burgers en de organisaties de strijd tegen de crisis kan aanbinden.