Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Eigen schuld, dikke bult?

Eigen schuld, dikke bult?

13 september 2011
Burgerwijsheid leidt tot solidaire economie

Nu de monetaire economie als een sneltrein op de afgrond lijkt af te stevenen, en men zich kan afvragen of politici nog wel het stuur in handen hebben om de crisis af te weren, nemen burgers het initiatief om voor hun samen-leven en samen-werken nieuwe sporen te trekken.

Het jaar 2011 was tot nu toe niet bepaald ‘business as usual’. Voortdurend meldden de media allerlei onheil op economisch, ecologisch en sociaal vlak waar de politici blijkbaar geen afdoend antwoord op kunnen verzinnen. Maar gelukkig waren er ook signalen dat burgers het heft in eigen handen nemen en hun samenleven en samenwerken over een ander boeg gooien.

Financiële mallemolen slaat op hol

Zowat de hele zomer trokken de media aan de alarmbel: de eurozone staat onder druk ! In al die berichten wordt steevast ergens een ‘schuldige’ voor de crisis aangewezen, maar naargelang de strekking van de krant of de visie van de geïnterviewde expert kan die sterk verschillen. Volgens de enen is het probleem dat de Grieken hun schulden de pan hebben laten uitswingen. Anderen wijzen erop dat de Duitsers hun groot handelsoverschot (en hun sterke economische positie) onder andere hebben opgebouwd door veel naar Griekenland te exporteren, en dat ze dus mee schuld hebben aan de Grieken schuldenberg. De ratingbureaus blijken inmiddels meer invloed te hebben op de economische positie van een land dan democratisch verkozen regeringen, dus geven sommigen hen alle schuld. Nog anderen wijzen ‘de markten’ aan als bron van onheil; die zijn immers op privéwinst uit, en bekommeren zich dus niet om het lot van ‘collectieve entiteiten’ (zoals een land, een samenleving).

Het is al evenmin duidelijk uit welke hoek de oplossing kan komen. Sommigen verwachten van het sterke Duitsland dat het zwakkere Europese landen weer op het rechte spoor helpt. Maar aangezien de Duitsers juist zo sterk staan doordat die landen veel van hun producten kochten, zou de Duitse economie dus zelf wel eens kunnen verzwakken als andere landen ineens heel zuinig gaan doen. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan. Het lijkt erop of de schuld – letterlijk en figuurlijk – voortdurend van de ene naar de andere wordt doorgeschoven… Maar haast nooit wordt de vraag gesteld hoe het komt dat in onze economie er blijkbaar altijd iemand schulden maakt, of dat er altijd iemand schuld heeft aan de schulden van anderen. Laat ons die vraag eens bekijken…

Constructiefout in het systeem
Dat schuldprobleem hangt onlosmakelijk samen met de logica van het bankengeld. De banken hebben het feitelijke alleenrecht op het uitgeven van geld, en die willen daar voor zichzelf winst (privéwinst dus) op maken. Om dat te doen, halen ze bij overheden, bedrijven, organisaties en particulieren geld op – ‘spaargeld’ noemt men dat – met de belofte dat de ‘spaarders’ dat later met interest weer terug krijgen. Maar die interesten moeten de banken natuurlijk ook ergens vandaan halen. Omdat ze zelf niet actief zijn in de reële economie – niets produceren dat ze kunnen verkopen of ruilen – gaan ze ook het geld voor de interesten elders halen. Dat doen ze door aan landen, bedrijven, organisaties of individuen die niet genoeg geld hebben om in hun materiële noden te voorzien, het geld van de ‘spaarders’ uit te lenen. Op die lening betalen die ‘schuldenaren’ een interest die altijd, let wel altijd, hoger ligt dan de interest die de banken aan hun spaarders beloofd hebben. Een voorbeeld: de banken verkrijgen een som van de spaarder, en beloven die later terug te betalen met één procent interest. Diezelfde som geven ze door aan iemand die geld nodig heeft, maar die moet dat terugbetalen met een interest van vijf procent. De vier procent verschil, dat is winst voor de banken. Bovendien geven ze die som niet ‘letterlijk’ door - in bankbiljetten en muntstukken - maar alleen ‘virtueel’. En dus kunnen dezelfde som meerdere keren tegen winst uitlenen aan schuldenaren. Een ware goudmijn (1)!

Een klein kind kan echter zien dat dit systeem ergens moet ophouden. Als je aan mensen altijd meer teruggeeft dan ze jou toevertrouwd hebben (rente), dan moet je dus voortdurend nieuwe mensen vinden die jou nog meer teruggeven dan wat jij aan je spaarder verschuldigd bent. Maar de ‘schuldenaren’ zijn natuurlijk mensen of instellingen die om te beginnen al weinig geld hebben (want anders moesten ze niet lenen). Als zij dan ook nog eens meer moeten terugbetalen dan wat ze geleend hebben, terwijl de spaarders meer terugkrijgen dan wat ze al hadden, dan kan het niet anders dan dat de kloof tussen arm en rijk voortdurend groeit. Dat zit gewoon in het DNA van dit geldsysteem! Als de spaarders hun ‘ opbrengst’ (euh, eigenlijk een deel van het extra geld dat de banken bij de schuldenaars hebben geëist) opnieuw als spaargeld naar de bank brengen (herkapitaliseren, dus), moeten er ook steeds meer schuldenaren gevonden worden om die steeds grotere massa aan interesten aan de rijken te betalen (en tussendoor de privéwinst van de banken veilig te stellen). Op een bepaald moment zijn die interesten gewoon niet meer te vinden, en crasht het systeem.
Neveneffecten…?
Armoede is dus niet slechts een kwestie van een slechte verdeling van geld, het is een onvermijdelijke ‘neveneffect’ van het rentegeld zelf! Dat er een punt komt waarop de schuldenaren leeggezogen zijn en er gewoon niet meer in slagen om hun schuld-met-interest terug te betalen, dat snapt iedereen met een beetje gezond verstand. Dat is wat er in 2008 gebeurde (2). Toen hebben Amerikaanse banken woonkredieten toegekend aan mensen zonder enige kredietwaardigheid, zonder inkomen, met een voorgeschiedenis van onbetaalde schulden enz… En aangezien dit als een ‘risico-lening’ werd beschouwd, moesten die mensen een hogere interest betalen dan mensen die meer mogelijkheden hebben om hun schulden te vereffenen… Volgt u nog? De banken hebben met andere woorden de lat voor die kansengroepen nog een trapje hoger gelegd, zodat het wel moest misgaan. Bovendien zijn ze erin geslaagd om die ‘toxische producten’ wereldwijd aan andere banken door te verkopen. Ook Belgische grootbanken hebben – trouw aan de banklogica en blind voor de noden en mogelijkheden van reële mensen – massaal die ‘rommelkredieten’ als ‘interessante’ spaarproducten aan hun klanten gesleten, en er zo voor gezorgd dat ontelbare spaarders hun spaargeld in rook zagen opgaan. Heel veel arme Amerikanen konden ineens hun lening niet meer terugbetalen; en de banken sloegen dan wel de woning van die mensen (die ze als hypotheek hadden) aan, maar als er ineens zo massaal veel huizen op de markt komen, duikelt de prijs ervan omlaag en verdienen de banken er niets aan. Omdat banken het monopolie hebben over het geld dat de economie doet draaien, konden de overheden niet anders dan met belastinggeld de banken redden, en dus betaalde de kleine spaarder – met zijn belastinggeld – twee keer de rekening.

De ware schuldigen voor de schuldencarrousel zijn dus de banken, die erin slagen dit systeem van rentegeld voor het enige mogelijke te doen doorgaan. De economie, de sociale zekerheid, de belastingen, de kost van de opvoeding van kinderen, alles wordt vandaag in hun geld afgemeten.
Als de nood het hoogst is…
De voorbije zomer kopte een Franse krant: “Wereld aan de rand van een crash”, best een verontrustend bericht! Een betere titel zou geweest zijn: “Absurditeit geldsysteem bereikt zijn grens”, dat klinkt tenminste hoopgevend. Want dat bedrijven en burgers alleen maar diensten en goederen met elkaar zouden kunnen ruilen door middel van bankengeld waarop interest betaald moet worden, daar gelooft allang niet meer iedereen. Talloze landen, regio’s en burgers ontwikkelen hun eigen ruilsysteem, met of zonder een (lokale) munt, maar in elk geval buiten de krankzinnige regels van het bankengeld-met-interest om. Die systemen zijn dus in zekere zin veel ‘wijzer’ dan de monetaire logica die vandaag nochtans door de economische wetenschap als de enige mogelijke wordt voorgesteld (3).

En laat nu de klassieke economische wetenschap meer gezag en invloed hebben dan al die wijze burgers en organisaties… Zij is inmiddels immers goed ingebed in instituties (universiteiten, ratingbureaus, banken…) die niet alleen de publieke erkenning als kennisinstituten hebben en geldige diploma’s kunnen uitreiken, maar die ook hun ‘experts’ zelf met bankengeld betalen. Die deskundigen hebben er dus (vanuit hun individuele perspectief) alle belang bij om het systeem in stand te houden, ook als dat vanuit collectieve oogpunt totaal absurd. Dit lijkt de perfecte vicieuze cirkel, en het is dan ook niet slim om te wachten op hervormingen van het banksysteem ‘van binnenuit’. Al mogen die premies natuurlijk best wat lager, dat is niet de kern van het probleem!

Flora heeft zich als missie gesteld om dat soort ‘wijze’ kennis van burgers, organisaties en overheden te bundelen en te versterken. Door al die expertise via netwerking met elkaar te verbinden, kan ze een tegenwicht gaan vormen tegen het monopolie van de monetaire economie en van de instituties die deze verdedigen. De ‘institutie’ die Flora naast de klassieke kennisinstellingen plaatst, is die van een expertisenetwerk dat gevoed wordt door de ervaringen en visies van ‘echte’ mensen, met complexe levensverhalen en meer dan alleen materiële (laat staan monetaire) noden. Door de wijsheid die ‘van onderuit’ ontstaat te systematiseren, er kaders en methodieken voor te ontwikkelen en er een platform voor te creëren, probeert Flora ook haar impact op het systeem – de politieke en academische wereld – te vergroten. Het doel is natuurlijk niet om zelf een nieuw machtsblok ‘tegen’ de geglobaliseerde economie te worden, maar om solidair ‘met’ de mensen een visie op de samenleving te ontwikkelen waarin armoede niet langer onvermijdelijk is.
Een andere geldlogica is mogelijk
In de nasleep van de zware storm die het Pukkelpop-festival trof, publiceerde Knack een analyse van de mogelijke financiële gevolgen van de ramp (4). De boodschap is duidelijk: “De kans is dus groot dat Pukkelpop, na de vernietigende storm, ook afstevent op een financieel drama… De muzieksector beschikt niet over de veerkracht om een ramp als die op Pukkelpop adequaat op te vangen” En: “ook al hebben de organisatoren zelf geen schuld aan de catastrofe, dan nog krijgen ze te maken met hoge kosten en gederfde inkomsten”. Topgroepen hebben een legertje advocaten en kunnen het zich veroorloven om alle financiële risico’s op de festivalorganisator af te wentelen. Als Pukkelpop ook tickets zou moeten terugbetalen, zou dat “de facto het einde van het festival betekenen”. Maar wat blijkt: verschillende Belgische bands storten hun gage terug aan Pukkelpop. Op facebook werd een groep gelanceerd met als naam ‘Het geld van mijn Pukkelpop ticket mag naar de slachtoffers gaan’.

In termen van het 5-TWIN-model heeft de klassieke economische analyse alleen aandacht voor zelfarbeid (mijn individuele rechten en belangen) en productieve arbeid (mijn geld). In realiteit blijkt de sociale arbeid voor velen een even belangrijk argument te zijn. Mensen beseffen best dat als Pukkelpop failliet gaat, ze een geweldig festival kwijt zijn en het sociale en culturele leven er zoveel armer door wordt. Pukkelpop was natuurlijk een bijzonder emotioneel drama, en wellicht is het normaal dat medeleven en solidariteit dan de overhand krijgen. Maar goed, waar ‘crisissen’ toeslaan, blijken ook veerkrachtige oplossingen het daglicht te zien, wars van de institutionele logica van verzekeringsinstellingen en advocaten. En dus kunnen de huidige economische, ecologische en sociale crisissen ook een vrijruimte creëren voor de veerkrachtige antwoorden die burgers en groepen verzinnen om hun samen-leven te redden. Waar we naartoe willen, is dat het niet langer als ‘normaal’ gezien wordt dat mensen alleen hun eigenbelang verdedigen. Het moet even ‘normaal’ worden dat mensen in eerste instantie bekommerd zijn om wat hen samenbrengt, wat hen samen aanbelangt. Een solidaire economie en een samenleving zonder groeiende armoedekloof, daar gaan we voor!


Voetnoten

(1) Paul Grignon Youtube: Money as debt legt dit mechanisme zeer helder uit. Een must voor al wie van ver of dichtbij met economie geïnteresseerd is.
(2) Een zeer verhelderende en onluisterende analyse van de financiele crisis van 2008-2010, waar ook Belgische banken in het oog van de storm zaten – is te lezen in Lanchester, J. (2010). Whoops. Why everyone owes everyone and no one can pay. London: Allen Lane.
(3) Doorheen de geschiedenis is het geldsysteem steeds geëvolueerd; de meeste duurzame samenlevingen gebruiken geldsystemen die meer aanzetten tot samenwerking dan tot concurrentie. Zie Lietaer, B. (2011). Au cœur de la monnaie. Systèmes monétaires, inconscient collectif, archétypes et tabous. Paris: Editions Yves Michel.
(4) Steenhaut, D. (2011) Blues falling down like hail. Knack, 24/08/2011, p 30-33.

Anne Snick