Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Cultuurparticipatie: het moet klikken !

Cultuurparticipatie: het moet klikken !

Armoede is een veelkoppig monster. De Antwerpse socioloog Jan Vranken definieert armoede als ‘het netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan. Het scheidt de mensen in armoede van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving. Deze kloof kunnen ze niet op eigen kracht overbruggen’(1). Maar hoe ziet de structuur van de sociale netwerken van mensen in armoede er uit? En welke functies vervullen deze sociale netwerken? In het kader van een actieonderzoek dat Flora voert naar cultuurparticipatie bij kansarme vrouwen (‘Het klikt’) laten we ons inspireren en uitdagen door wat andere experts hierover te zeggen hebben.

Een kluwen aan participatiedrempels

Al in de projecten ‘Participatie als arbeid’ en ‘Bruggen naar Participatie’ (2009) die Flora eerder uitvoerde (2) konden we vaststellen dat er voor laaggeschoolde vrouwen die zich in onze samenleving willen inschakelen, heel wat drempels voor cultuurparticipatie bestaan. Ook andere onderzoeken die specifiek naar drempels voor kwetsbare groepen peilden, toonden de complexiteit van het probleem. Om de strijd tegen het ‘veelkoppige monster’ aan te binden, kun je maar beter goed geïnformeerd zijn, en dus bekijken we enkele van die onderzoeken wat van naderbij.

De Antwerpse sociologe Kristel Driessens onderzocht de relatie tussen hulpverlening en mensen in armoede. In dit hulpverleningsonderzoek worden als drempels genoemd: „het gebrek aan kennis over het bestaan of de werking van diensten, de financiële drempels, het zich niet aangesproken voelen door de georganiseerde activiteiten, het gebrek aan sociale of communicatieve vaardigheden, het effect van de gezinssituatie, de hoge verwachtingen, de aanwezige doelgroep en hun omgangsvormen en tot slot slechte ervaringen met aanwezige deelnemers (3).

Het rapport opgesteld in opdracht van Cultuurnet Vlaanderen, ‘Cultuurparticipatie en maatschappelijk kwetsbare groepen’ komt tot een aantal drempels op basis van de bevindingen van Chris Haesendonckx van de vzw Recht-Op. Enerzijds gaat het om ‘technisch-praktische drempels’, waaronder informatie, vrije tijd, gezelschap, kostprijs, bereikbaarheid en kinderopvang. En anderzijds ‘onderliggende belemmeringen’, zijnde de capaciteit om culturele inhoud te verwerken, statusverlegenheid en statusmotivatie. (4).

De kracht van sociale netwerken

Het literatuuronderzoek leert ons dat grote, sterke en gediversifieerde sociale netwerken zeer zinvol zijn voor kwetsbare groepen. We zien ook dat cultuurparticipatie daarbij een effectieve motor kan zijn. En we leren nogmaals dat de drempels tot cultuurparticipatie enorm hoog zijn.

Als we spreken over sociaal isolement, spreken we over tekortschietende sociale netwerken. De sociale netwerken van mensen in armoede zijn over het algemeen niet kleiner en kennen geen lagere frequentie dan de netwerken van mensen boven de armoedegrens. Volgens Driessens komen intergenerationele banden bij mensen in armoede op de eerste plaats. Een tweede bron van sociaal netwerk, vormen de banden met andere familieleden. Aangezien mensen in armoede een ruimtelijk beperkte leefwereld hebben, zijn buren een derde bron van sociale contacten. Sommige mensen in armoede onderhouden een sterk ruilverkeer met een homogeen burennetwerk terwijl anderen dat netwerk beperkt houden uit angst voor roddels. De vriendenkring is voor mensen in armoede eerder beperkt in grootte maar omvat evengoed intense, familievervangende banden. Hun vriendenkring bestaat meestal uit lotgenoten.(5)

Mensen in armoede ervaren minder functionele ondersteuning van hun netwerk. En dit geldt zowel op instrumenteel, affectief en emotioneel vlak als op het vlak van de sociale interacties. Mensen in armoede menen dat ze in probleemsituaties minder kunnen rekenen op de hulp van familie of van de omgeving. Ze geven bovendien vaker aan dat ze in hun dagelijks leven met gevoelens van eenzaamheid kampen.(6)
Toch blijken juist sociale netwerken een cruciale rol te spelen om armoede en uitsluiting te doorbreken. De Onderzoeksgroep Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad (OASeS) zette een onderzoek op om de sociale mobiliteitsprocessen in een generatiearme context te analyseren. Hieruit leren we dat mensen in armoede vooral vooruitgaan door persoonlijke relaties. Voor een duurzame vooruitgang op vlak van ‘instrumentele’ processen (het halen van een diploma, het vinden van een job, …) blijkt een zekere basis aan emotioneel welzijn en ondersteunende netwerken noodzakelijk te zijn (7).

Het belang van participatie

Tot een gelijkaardige besluit komen de auteurs van ‘De mixfactor’. Ze leren ons dat mensen in armoede de nodige emotionele ondersteuning vooral vinden bij sociaal gelijken. En dat ze instrumentele vooruitgang boeken in relaties met een groter statusverschil.(8) Voor mensen in armoede die sterk geïsoleerd leven is het dus bijzonder zinvol te werken aan het vergroten en versterken van het sociale netwerk. En het zou nog een extra troef zijn, mochten ze hun sociaal netwerk meer divers kunnen maken.
Het versterken van sociaal weefsel is dus een cruciaal element voor het doorbreken van armoede. Sociaal weefsel kan de participatie aan het maatschappelijk leven versterken. Omgekeerd leidt cultuurparticipatie tot emotioneel welzijn en tot een diversificatie van het sociaal netwerk. Dat cultuurparticipatie effectief is in het doorbreken van sociaal isolement, blijkt ook uit ander onderzoek. De opsomming van de effecten van cultuurparticipatie die werd opgesteld door François Matarasso (in een vertaling door Barbara Demeyer) ziet er als volgt uit:
‘Op het vlak van sociale cohesie kan cultuurparticipatie:
• eenzaamheid doorbreken door vriendschappen te helpen sluiten
• gemeenschapsnetwerken en sociale inschakeling bevorderen
• tolerantie ondersteunen en bijdragen tot conflictoplossing
• een forum bieden voor interculturele verstandhouding en vriendschap
• de bijdrage van een hele gemeenschap naar waarde leren schatten
• interculturele contacten en samenwerking bevorderen
• contacten tussen de generaties bevorderen
• slachtoffers en daders helpen om criminaliteit te hanteren
• een weg wijzen voor rehabilitatie en integratie van daders’ (9)

Analyse vanuit gender

In het onderzoek ‘Bruggen naar Participatie’ bekeek Flora cultuurparticipatie als middel om, rekening houdend met de rollen die aan vrouwen en mannen worden toegekend, kansarmoede en uitsluiting in de samenleving te voorkomen en om sociale duurzaamheid te bevorderen.

De conclusies en aanbevelingen uit dat onderzoek zijn duidelijk. Bruggen naar participatie moeten een tweerichtingsverkeer toelaten. De doelgroep moet zelf inbreng kunnen doen om te leren dat participatie zin heeft, dat het de moeite is, en dat ook zij het ‘vermogen’ hebben om mee vorm te geven aan iets wat hen zelf aanbelangt. Cultuurparticipatie moet daarom samen met de doelgroep zelf worden gedefinieerd. Dat ‘samen definiëren’ moet directe effecten opleveren, zowel op het participatieproces zelf, als op het product en op de omgeving waarin het zich afspeelt. Een gedragenheid bij beleid, academische wereld en organisaties van het middenveld is daartoe noodzakelijk.

Doorheen jaren van actieonderzoek hebben we geleerd dat de genderanalyse toelaat om zeer complexe problemen overzichtelijk te maken. We bekijken of en hoe in complexe situaties of problemen (pensioenopbouw, tewerkstelling, burgerparticipatie, cultuurparticipatie…) diverse rollen die in het leven van mannen en vrouwen belangrijk zijn, aan bod komen. Een hardnekkig probleem kan dan begrepen worden door het feit dat één of andere rol onvoldoende wordt erkend of gevaloriseerd. Dat het werken aan zelfvertrouwen (zelfarbeid) een basisvoorwaarde is voor een duurzame professionele inschakeling (productieve arbeid), wordt door het activeringsbeleid niet altijd erkend. Over het algemeen gaat er meer aandacht naar productieve arbeid (en dan vooral uitgedrukt in termen van geld en inkomen) en naar zelfarbeid (het ontwikkelen van vaardigheden, attitudes…). Vooral sociale arbeid – kunnen terugvallen op en bijdragen tot een sociaal netwerk als antwoord op maatschappelijke problemen – blijft vaak buiten beeld.

Voortbouwend op conclusies en aanbevelingen uit die eerdere onderzoeken startte Flora het project ‘Het Klikt!’ met steun van de Vlaamse overheid. Daarin bekijken we hoe cultuurparticipatie kan helpen om sociaal isolement te doorbreken. We willen weten op welke manier mensen in armoede zelf ‘vrije tijd’ invullen en op welke manier ze vrienden of kennissen die in totale isolatie leven, kunnen aanzetten tot participatie. De definitie van cultuur zullen we in eerste instantie overlaten aan de deelnemers zelf. We vertrekken daarbij vanuit het lokale aanbod aan cultuur, sport- en jeugdactiviteiten en gaan na op welke manier het aanbod en de noden op mekaar kunnen worden afgestemd. Elders in deze nieuwsbrief leest u meer over dit project.


(1) Vranken, J. (2001). Geen samenleving zonder sociale uitsluiting? In J. Vranken, D. Geldof, G. Van Menxel & J. Van Ouytsel (Ed.) Armoede en Sociale uitsluiting. Jaarboek 2001 (p 43). Leuven: Acco.
(2) Flora (2009). Bruggen naar participatie. Brussel: Floravzw.http://www.florainfo.be/rubriques/publications/rapports-de-projets/article/bruggen-naar-participatie?lang=nl
(3) Driessens, K. ( 2003). Armoede en hulpverlening. Omgaan met isolement en afhankelijkheid. Gent: Academia Press.
(4) Vos, I. (2003). Cultuurparticipatie en maatschappelijk kwetsbare groepen. Brussel: Cultuurnet Vlaanderen.

(5) Driessens, K., o.c. pp 408-410
(6) De Boyser, K. & Levecque, K. (2007). Armoede en sociale gezondheid: het verhaal van povere netwerken? In J. Vranken, G., Campaert, K. De Boyser & D. Dierickx (Ed.), Armoede en Sociale uitsluiting. Jaarboek 2007 (p167-178). Leuven: Acco.
(7) Thys, R, De raedemaecker, W. & Vranken, J. (2004). Bruggen over woelig water. Leuven: Acco.
(8) Veldboer, L., Duyvendak, J. W. & Bouw, C. (2007). De mixfactor: integratie en segregatie in Nederland. Amsterdam: Boom.
(9) Demeyer, B. (1998), ART23*. Cultuurparticipatie: een vergeten recht en bindende kracht in de armoedebestrijding. Een kijk op de ART23-projecten: Kunstprojecten als hefboom tegen sociale uitsluiting. Brussel: Koning Boudewijnstichting.