Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Cocreatief actieonderzoek naar cultuur participatie

Cocreatief actieonderzoek naar cultuur participatie

Met steun van de Vlaamse overheid voert Flora momenteel een project dat de cultuurparticipatie van kansarme vrouwen (en mannen) wil versterken. Op basis van een genderanalyse van de problematiek , en voortbouwend op eerdere onderzoeken naar cultuurparticipatie willen we vooral kijken of een ‘laagdrempelig’ sociaal netwerk een veilige context kan bieden mensen ook de stap naar het verder af liggende ‘aanbod’ aan cultuur, sport en vrije kunnen zetten. En aangezien participatie en emancipatie begint bij de ontwikkeling van kennis, concepten en methodieken, doen we dat niet ‘voor’ de doelgroep, maar ‘met’ hen. Cocreatie zit dus ook in onze methodologie ingebakken.

Participatie begint bij de coconstructie van kennis

Samen met partners in Aalst en Tienen zetten we twee pilootprojecten op. De Flora-medewerkster neemt er in eerste instantie de rol op van facilitator. Ze stimuleert de ontmoeting tussen geïsoleerde personen zodat groepen kunnen ontstaan die samen werken aan oplossingen. Ze werkt daarbij nauw samen met de begeleidsters van de projectpartners.
Dat de doelgroepen en de organisaties die met hen werken, de echte experts zijn als het gaat om uitsluiting, is een van de methodische principes van Flora. De ‘Flora-methodiek’ kenmerkt zich verder door het werken met groepen. Vanuit de genderanalyse weten we immers dat het versterken van empowerment en participatie aan het sociaal en economisch leven beter lukt als men niet alleen focust op (de tekorten in) individuele vaardigheden of attitudes, maar tegelijk een collectieve ondersteuning voorziet (1).
De methodiek die Flora hanteert sluit ook aan bij wat Verzelen typeert als ‘het ondersteuningsperspectief’ (2). Het ondersteuningsperspectief in het sociaal werk activeert bestaande maar grotendeels ongebruikte oplossingsmogelijkheden en netwerken en is situatie-georiënteerd. De expertise is horizontaal gericht, en de klemtoon ligt dan ook op methoden als onderhandelen, empowering en het creëren van mogelijkheden. Bovendien is er aandacht voor culturele diversiteit. Bovendien lezen we dat het empowerment-perspectief gericht is op “het realiseren van welzijn, het verzamelen en ontwikkelen van krachten en het invloed proberen uit te oefenen op omgevingsfactoren en niet op problemen, risicofactoren en ‘blaming the victim’” (3). Het moge duidelijk zijn dat het empowerment-perspectief bij Flora zeer consequent wordt gehanteerd.
Als het gaat om participatietechnieken, dan maken we uiteraard gebruik van technieken die Flora in ‘Van ik naar wij’ met zijn partners heeft ontwikkeld. Deze methodiek voor burgerschapsontwikkeling ontstond op basis van de ervaringen met groepen in de inschakelingssector, maar is zo opgevat dat hij modulair kan worden gebruikt en aangepast aan andere contexten of noden. Doordat de betrokkenheid van de deelnemers zo centraal staat, spreken we van co-creatie; we zetten geen project op voor de doelgroep, maar betrekken hen zoveel mogelijk bij het uitwerken van het concrete traject, maar uiteraard steeds met het doel ‘participatieversterking’ voor ogen. Co-creatie is te vinden op de participatieladder van Edelenbos & Monnikhof (2001). Op hun participatieladder vinden we co-creatie oftewel co-productie terug als trede boven ‘adviseren’ en onder ‘zelfbeheer’. Het gaat daarbij om interactieve democratie, waarbij betrokkenen en bestuur samen oplossingen zoeken en waarbij het bestuur zich aan de resultaten ervan verbindt.

Alle stakeholders moeten mee zijn !

Hoewel in het project ‘Het klikt’ de focus ligt op concrete participatieve acties met de groepen in Aalst en Tienen, kan een duurzaam versterken van participatie maar als ook op andere niveaus gezocht wordt naar oplossingen voor bestaande drempels. Je kan mensen wel helpen om zich over een drempel te tillen, maar van hen verwachten dat ze ook nog eens aan de drempel zelf gaan timmeren, is er natuurlijk over ! Je kan dus de drempels ongemoeid laten en maar blijven nieuwe trucjes, methodes en acties verzinnen om weer nieuwe groepen over de drempel te helpen, maar dat lijkt op ‘dweilen met de kraan open’. En voor zover het gaat om projecten en methodieken die door deskundigen voor de mensen in armoede worden ontwikkeld, kunnen we spreken van ‘dweilen met de subsidiekraan open’. Duurzaam is anders, natuurlijk, en dus wil Flora ook werken aan het creëren van hefbomen voor cultuurparticipatie die op de cocreatie door de mensen zelf berusten.

Het proces van co-creatie moet dus op termijn alle oplossingsactoren betrokken, dus zowel de deelnemers en de organisaties als de beleidspartners. Sociale innovatie door cocreatie is vandaag trouwens het nieuwe buzz-word! Op een moment dat de overheidsmiddelen beperkt zijn (door de financiële crisis en de overheidsschulden voor het redden van de banken, bijvoorbeeld) en de sociale noden (dus) groter worden, moet naar creatieve, innovatieve oplossingen worden gezocht, ‘outside the box’ van het heersende beleid. Het versterken van participatie kan dus maar als ook het beleidsmodel mee evolueert. Ook daar ontwikkelt Flora in andere projecten en via andere acties expertise rond.

Hoewel het project ‘Het klikt’ focust op ‘actie op het terrein’, leggen we onze bevindingen ‘onderweg’ ook al voor aan andere partijen. Zo wordt gewerkt met focusgroepen met experts uit organisaties, beleid en de academische wereld, zodat onze lokale bevindingen in een breder kader kunnen worden geplaatst.
De lokale projectpartners bij ‘Het Klikt!’ zijn te situeren in de sociaal-culturele sector. Deze organisaties zijn immers bij uitstek geschikt om te bekijken op welke manier we samen met de doelgroep vrije tijd (cultuur in brede zin) invullen en op welke manier de doelgroep co-creatief op zoek kan gaan naar manieren om vrienden en kennissen die geïsoleerd leven, bij de gekozen acties te betrekken.

De partnerorganisaties in dit project zijn geen inschakelingsorganisaties in de zin van ‘professionele inschakeling’. De doelgroep bestaat hier vooral uit mensen voor wie een professioneel inschakelingstraject (nog) niet direct aan de orde is. De groepen waarmee we werken, bestaan bovendien zowel uit vrijwilligers uit de doelgroep als uit niet-doelgroep begeleiders en vrijwilligers. We streven er naar om al die verschillende betrokkenen een evenwaardige inbreng te laten doen in het proces. Door het werken met deelnemers die niet enkel tot kwetsbare groepen behoren, doorbreken we deels het categoriale werken, en diversifiëren we reeds in de context van het project zelf het sociale netwerk van de groep.

Hoe dit methodologische opzet zich in concrete acties op het terrein vertaalt, leest u elders in deze nieuwsbrief.


Noten
(1) Dit werd nog maar eens scherp in beeld gebracht in het onderzoek naar de leefwereld en culturele praktijken van alleenstaande ouders van vreemde origine in Brussel, waar het “missen van een collectief referentiekader” als grootste nood naar buiten kwam. In de methodiek ‘Van ik naar wij’ die Flora ontwikkelde wordt ook burgerparticipatie via een collectief traject versterkt.
(2) Verzelen, W. (2005). Sociaal Werk. In– en uitzichten. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.
(3) Verzelen, W., o.c. p. 32-33.
(4) Participatiewiki, 2013,