Platform van interventies bij sociale praktijken en dynamieken

Beginpagina > Nieuws en analyses > Cocreatie van cultuurparticipatie op het terrein

Cocreatie van cultuurparticipatie op het terrein

.

Aansluitend op eerder actieonderzoek naar cultuurparticipatie voert Flora momenteel een project dat de participatie van sociaal geïsoleerde personen in kansarmoede aan cultuur, sport en vrije tijd wil versterken. Dit project ontwikkelt geen methodiek ‘voor’ de doelgroep, maar zoekt met de doelgroep zelf naar haalbare manieren om hun sociaal weefsel en participatie te versterken. Onze ‘methode’ is dan ook niet gericht op het versterken van individuele mogelijkheden tot participatie, van de ‘cultuurkoopkracht’ (door bijvoorbeeld cultuurcheques). Natuurlijk zijn dergelijke tegemoetkomingen onontbeerlijk, maar ze volstaan niet om mensen de weg te laten vinden naar het bestaande aanbod. Vanuit de genderanalyse en eerdere projecten weten we dat voor kansarme mensen met een diverse achtergrond de groep een cruciale factor is op weg naar participatie. En dus werken we samen met groepen op het terrein aan dit participatieproject.

Bij de keuze van de partners werd gestreefd naar een zekere verscheidenheid. Aangezien we in het bestek van een klein project als ‘Het Klikt’ onmogelijk de hele complexiteit van de participatieproblematiek in kaart kunnen brengen, is het interessant om vanuit diverse contexten toch wat vergelijkend materiaal te kunnen verzamelen. Uiteraard vormden bij onze partnerkeuze ook een gerichtheid op ontmoeting en empowerment en de strijd tegen armoede en uitsluiting centraal. En ten derde gaat het om partners die een openheid voor vernieuwend werken aan de dag leggen, en die eerder hun interesse lieten blijken om met Flora samen te werken. Graag stellen we hen aan u voor.

Alfameters van Bom vzw, Tienen

‘De Alfameters’, het project van de vzw Bezorgd Om Mensen (BOM vzw), verenigt een vijftiental ongeschoolde, jonge moeders (voornamelijk dertigers) die vanuit gezinshereniging of als vluchteling naar België zijn gekomen (Irak, ex-Joegoslavië, Roma, Marokko en Macedonië). Dit project biedt een leeromgeving aan de moeders om aan geletterdheid te werken en via die weg beter te kunnen participeren aan de samenleving. Het initiatief toont dat een intensief aanbod voor deze kwetsbare doelgroep wel degelijk realistisch, haalbaar en zinvol is. De voorwaarden hiervoor zijn dat het gaat om een informele aanpak, flexibiliteit in verband met afwezigheden, de mogelijkheid om hun kind mee te brengen, respect voor hun vraag om gebedsmomenten, leeractiviteiten en lesmateriaal gemaakt op maat van de moeders, vertrekkend vanuit hun noden en afgestemd op de directe leefomgeving in of rond Tienen. BOM vzw wil, via dit Flora-project, alternatieven zoeken voor de vrouwen die de Alfalessen volgden en nadien opnieuw in isolement dreigen te vervallen.

Wereldhuis van Steunpunt Welzijn vzw, Aalst

Het wereldhuis van Steunpunt Welzijn is een plek waar via vrijetijdsparticipatie en ontmoeting aan de maatschappelijke emancipatie van personen in een sociaal isolement wordt gewerkt en waarbij bounding/bridging een essentiële leidraad vormt. Steunpunt Welzijn vzw wil met dit Floraproject meer sociaal isolement doorbreken, ongeacht of ze daarbij naar de eigen werking worden toe geleid of naar een ander vrije tijdsaanbod (cultuur, jeugdwerk, sport). De medewerkers beseffen immers maar al te goed dat heel wat mensen in isolement leven en door het reguliere vrijetijdsaanbod niet bereikt worden. In Aalst konden we niet zoals in Tienen werken met een bestaande groep. De uitdaging hier was eerst een groep te vormen met mensen die al actief deelnamen aan het sociaal-culturele gebeuren en vervolgens met hen geïsoleerde mensen betrekken.

Fasering

Ieder die actieonderzoek met kwetsbare groepen doet, weet dat een strakke timing niet altijd recht doet aan de complexe en vaak onvoorspelbare realiteit op het terrein. De fases hieronder beschreven geven dan ook vooral de grote lijnen en klemtonen weer.
 De eerste fase, januari-juni 2013: Samenstelling van de lokale projectgroep.
 De tweede fase, juli- december 2013: Verkennen van de participatienoden en ideeën over lokale verenigingen.
 De derde fase, januari-juni 2014: Bruggen slaan tussen projectgroep en lokale verenigingen.

De eerste fase is in beide projecten afgerond. De lokale projectgroepen zijn gevormd. We geven hieronder een overzicht van de eerste resultaten en bevindingen.

Alfameters van Bom vzw, Tienen

De vrouwen kwamen het voorbije schooljaar vier keer per week samen in het kader van hun alfabetiserings-lessen. Dit maakt dat de groep al zeer hecht was toen de Flora-medewerkster startte. De vrouwen hadden ook al vast een duidelijk gemeenschappelijk project: de nood aan een laagdrempelige manier van taalverwerving van het Nederlands, in groep.

De culturele context van de vrouwen (normen en waarden van herkomstlanden en beperkte kennis van het Nederlands) maakten het essentieel dat de Floramedewerkster, vooraleer ook (nog) niet bereikte lotgenoten bij de groep te willen betrekken, haar tijd nam om de bestaande groep te leren kennen, de vertrouwensband te laten groeien, een manier van communiceren te ontwikkelen en de vrouwen te laten kennismaken met het idee van burgerschap.

Met de vrouwen werd nagedacht over ‘eenzaamheid & alleen-zijn’. Er werd gereflecteerd over mogelijke oplossingen voor eenzaamheid, over de betekenis die ze zelf toekennen aan de bijeenkomsten en wat ze als groep kunnen doen om andere eenzame vrouwen te bereiken. De vrouwen kwamen tot de conclusie dat een toonmoment en/of feestje in hun klaslokaal de beste manier was om geïsoleerde vrouwen te laten kennismaken. Ze zouden vrouwen uit hun omgeving mondeling uitnodigen. De vrouwen dachten samen na over de manier waarop dit feestje/toonmoment zou kunnen worden georganiseerd, ze namen stappen in de taakverdeling en het programma van het feest.

Tijdens het toonmoment/feestje waren meer dan dertig anderstalige vrouwen aanwezig. Een vijftal onder hen zal vanaf september deelnemen aan het alfabetiseringsproject. Deze vijf zullen ook deelnemen aan het participatieproject in de context van ‘Het klikt’, net als nog vijf andere geïsoleerde vrouwen (die alleen met het participatieproject zullen meedoen maar niet aan de alfabetisering). In totaal zullen vanaf september tien extra vrouwen deelnemen aan het participatieproject. Op het feestje werden ook lokale (welzijns)organisaties uitgenodigd om kennis te maken met het ‘project Alfameters’ en met dit participatieproject. Met deze activiteit deden de vrouwen ervaring op om in de toekomst activiteiten te organiseren die ook andere vrouwen over de drempel kunnen helpen.

Er werd bovendien al verkennend gewerkt rond gemeenschappelijke participatienoden. De vrouwen zijn voornamelijk geïnteresseerd in culturele uitstappen, het vakantieaanbod voor kinderen en jongeren in Tienen, koken (en tuinieren), sport (wandelen, turnen, tuinieren), textielkunst, PC-gebruik en conversatielessen Nederlands. En we ondernamen een aantal activiteiten, zoals een uitstap naar Bokrijk en Provinciaal Domein ‘Het Vinne’ en we verkenden het lokale zomeraanbod voor hun kinderen en jongeren. Kortom, de geplande samenstelling van de lokale projectgroep in Tienen werd gerealiseerd, en bestaat uit een 25-tal vrouwen. De Floramedewerkster legde tevens verkennende contacten met de Vereniging Erm ’n Erm en met Vrouwenvereniging Femma.

Eerste bevindingen:

• Wat een drempel leek in het participatieproces werd omgevormd tot een ‘tool’, een sterkte: de taalbarrière tussen de Flora-medewerkster en de vrouwen en tussen de vrouwen onderling. De vrouwen vormen min of meer drie taalgroepen: Arabisch, Roma, Koerdisch. In elke taalgroep bevindt zich minstens een iemand die het Nederlands beter beheerst. Deze tussenpersoon vertaalt de vragen, bemerkingen, opdrachten van en naar het Nederlands. Op sommige momenten discussiëren de vrouwen in hun eigen taal, zoeken ze een gemeenschappelijk antwoord of vraag. De collectieve uitkomst van elke taalgroep werd dan telkens voor de ganse groep in het Nederlands vertaald. De Flora-medewerkster en de vrijwilligers stimuleerden de vrouwen om binnen de eigen groep iedereen zoveel mogelijk aan bod te laten komen.

• De taalbarrières vormen een opportuniteit om - via een tussenniveau - van het individuele naar het collectieve te gaan. De vrouwen kunnen discussiëren binnen de veilige grenzen van de eigen taal, binnen hun (kleinere) vertrouwde taalgroep waarbinnen dezelfde cultuur, waarden en normen heersen. Indien er geen taalbarrière bestond, zouden ze moeten praten voor de ganse groep, wat voor heel wat van deze vrouwen een enorm probleem zou zijn.

• Talige’, formele en directe input uit de groep combineren met observatie tijdens (informele) activiteiten is enorm belangrijk bij het werkelijk leren kennen van de participatienood.

• We hadden voorzien de vrouwen intensiever te betrekken bij het organiseren van de uitstap; het opzoeken van de prijzen, de voorwaarden via vakantieparticipatie, de uren van de trein, … Dit hebben we niet kunnen doen omdat dit wegens het lage taal- en alfabetiseringsniveau en wegens gebrek aan ervaring, veel langer zou duren dan in het kader van het project ‘Het klikt’ mogelijk is. De ervaring met de gemaakte uitstap is er nu al, volgende keer gaat het plannen ervan vermoedelijk vlotter.

• Tijdens de geplande kennismaking met het kinderen- en jongerenaanbod van Erm ’n Erm, was de medewerkster van deze organisatie ziek. Een (mannelijke) medewerker, iemand die ze niet kenden, stond de groep te woord. Op zulke momenten merk je duidelijk dat een vertrouwd gezicht een wereld van verschil kan maken als factor in een geslaagde toeleiding.

• Een open aanbod en openheid naar de doelgroep vanuit organisaties betekent niet automatisch dat de werking echt toegankelijk is voor deze doelgroep. De wil en betrokkenheid bij de medewerkers zijn zeker aanwezig. Maar je merkt toch dat ze niet helemaal voorzien zijn om een grote groep te ontvangen, noch om mensen met een beperkte kennis van het Nederlands op maat te informeren.

• Tussen het aanbod kennen en effectief de drempel overstappen liggen voor deze doelgroep enorm veel tussenstappen. Hoewel de groep aangeeft een bepaald aanbod te kennen, betekent dit niet dat ze werkelijk de stap durven zetten om er naar toe te gaan.

• Het valideren van wat er al gebeurt, is enorm belangrijk. Deze vrouwen voelen zich bijvoorbeeld goed in hun Alfagroep en zijn er bovendien heel fier op. Dit maakt dat ze er in slagen om andere geïsoleerde vrouwen te motiveren om erbij te komen.

Wereldhuis van Steunpunt Welzijn vzw, Aalst

Samen met de medewerkers van het Wereldhuis brachten we de Aalsterse lokale actoren samen rond de doelstelling van dit participatieproject. De organisaties waren enthousiast over het initiatief en bevestigden de nood aan een dergelijk project, maar konden toch geen mensen naar het initiatief toeleiden. We besloten over te gaan tot een andere aanpak en ons in eerste instantie te concentreren op de vrijwilligers van het Wereldhuis zelf. Deze vrijwilligers zijn voornamelijk, zij het niet uitsluitend, mensen uit precaire situaties. Het zijn mensen die sterk geïsoleerd leven en die zelf al langer aangaven nood te hebben aan meer ontmoetingsactiviteiten. Na de zomer zullen we met de groep vrijwilligers activiteiten organiseren met de bedoeling geïsoleerde mensen toe te leiden naar het lokale vrijetijdsaanbod.
We grepen deze eerste periode aan om kennis te maken en de groep te versterken (de vrijwilligers kennen mekaar niet allemaal), zicht te krijgen op de motivatie, vrijetijdswereld en interesses van de vrijwilligers, met hen na te denken en ideeën uit te werken om geïsoleerde personen te betrekken bij de groep en haar activiteiten, na te denken over welke activiteiten in Aalst kunnen ondernemen worden en wat nodig is om deze te organiseren.

De groep is erg actiegericht. De groepsvorming en het inhoudelijke denkwerk met de groep gebeurden dan ook bij voorkeur niet in de gesloten ruimte van het Wereldhuis, maar buiten en ’al doende’. Het groepsproces en denkwerk zelf werden gekoppeld aan activiteiten die de groep bedacht en uitwerkte. Volgende activiteiten werden ondernomen:

• een wandeling naar en kennismaking met bio-boerderij en sociale werkplaats De Loods,
• een stadswandeling en een bezoek aan de tentoonstelling ‘Vlaanderen in Aalst’ van fotograaf Filip Claus in stedelijk museum ’t Gasthuys. De tentoonstelling brengt Aalst vanuit verschillende invalshoeken in beeld, dit geeft de vrijwilligers stof tot nadenken. Het geeft ook nieuwe ideeën voor toekomstige activiteiten,
• verkenning van sociaalartistiek project ‘Fabriek Plastiek’ (vzw Parol) via ‘Ontbijt met een ei’, een maandelijks ontbijt aan democratische prijs,
• kennismaking met de duivensport. Een van de vrijwilligers is duivenmelker en nodigde de groep uit om bij hem thuis kennis te komen maken met de duivensport en de cultuur er rond. We kregen een rondleiding in het duivenhok, waren getuigen van het uitlaten van de duiven, kregen een introductie in de registratie van de persoonlijke gegevens per duif en kregen alles te horen over wedstrijden en verzorging van de duiven,
• Samen gaan kijken naar het Jaarlijkse ‘Na-Tour criterium’ (wielrennen) van Aalst,
• En tot slot een kookworkshop in het Wereldhuis.
De geplande samenstelling van de lokale projectgroep in Aalst werd gerealiseerd, de lokale projectgroep bestaat uit een tiental vrijwilligers. Er werd reeds gestart met het in kaart brengen van de interesses en kwaliteiten van de groep en het in kaart brengen van lokale vrijetijdsactiviteiten.

Eerste bevindingen:

• Dat lokale actoren enthousiast en gemotiveerd zijn voor het project betekent niet dat ze ook effectief zullen of kunnen meewerken, ook al erkennen ze de nood ervan.
• Verbindend wandelen werkt sterk voor groepsontwikkeling: iedereen loopt wel eens naast iemand anders, in een ongedwongen sfeer en er is altijd wat om over te praten (dingen uit het straatbeeld, de te volgen route, … ).
• Tijdens de activiteiten wandelden we heel wat af in de stad Aalst. De Floramedewerkster kent de stad Aalst niet. De vrijwilligers namen spontaan de taak op zich om haar de stad te leren kennen met alle grote en kleine verhalen erbij. Dit leidde tot heel wat – voor ons verrassende – positieve effecten:

o Het doorbreken van de hiërarchie; de vrijwilligers hadden de begeleidster ook wat te bieden en aan te leren,
o Het versterken van de eigenwaarde van de groepsleden,
o Het zichtbaar worden van heel wat kwaliteiten, kennis en groepsrelaties,
o Merkbaar groeiende fierheid en mondigheid over het erfgoed en de lokale cultuur van de stad Aalst.

Dankzij onze partners in Aalst en Tienen leren we veel over hoe groepen zelf de cultuurparticipatie van geïsoleerde personen in handen kunnen nemen. We danken hen dan ook van harte voor hun inzet en hun bereidheid om met ons deze spannende zoektocht aan te gaan!