In de pers lezen we het volgende: “De leiders van de 20 grootste industrielanden komen op zaterdag 15 november in Washington samen op een eerste internationale top over de financiële crisis.” Nadat ze eerst met veel (machts)vertoon zullen weerleggen dat de (kapitalistische) economie geen exacte wetenschap is, zullen de leiders van de rijkste en enkele opkomende landen onder elkaar proberen te redden wat er te redden valt van een systeem dat heeft gefaald. Is dit verstandig?
Nu worden de deelnemers aan de conferentie duidelijk gekozen op basis van hun BNP (bruto nationaal product). Zou het – om tot alternatieve oplossingen te komen - echter niet verstandiger zijn juist de 20 armste landen uit te nodigen? Er bestaat geen enkele twijfel dat zij aan de rijke landen, die als gevolg van de crisis in rep en roer staan, kunnen uitleggen hoe ze kunnen (over)leven met minder middelen.
En wat op wereldniveau geldt, geldt natuurlijk ook op lokaal niveau. We kunnen ons m.a.w. de vraag stellen waarom onze regeringen geen mensen aanwerven die het gewoon zijn met weinig rond te komen? Van deze ‘ervaringsdeskundigen’ kunnen de rijken van gisteren ongetwijfeld heel wat leren.
Er wordt steeds vaker aangetoond dat onze wereld met de levenswijze van de rijken recht op een muur afstevent. De financiële crisis biedt misschien de (laatste) kans om nog net op tijd een bocht van 90° te maken. De consumenten van het nutteloze zullen hun levensstandaard aanpassen tot een meer bescheiden niveau en zullen de ‘have nots’ als voorbeeld nemen: het wordt het ‘hip’ om de bus te nemen en een eigen moestuin te onderhouden. De ‘have nots’, die pretenderen niets meer nodig te hebben terwijl ze eigenlijk dromen van de levensstijl van de rijken (“ik doe niet mee aan vervuiling, maar… wacht tot ik de middelen heb om me een auto aan te schaffen’), zullen er een erezaak van maken om op te komen voor een model van verantwoord consumeren, dat ook de volgende generaties zal veilig stellen…
Maar laten we niet te hard van stapel lopen. Het lijkt er niet op dat we die richtig uitgaan. Tot nu toe hebben de staten zich vooral laten leiden door de woorden van de evangelist Matteüs:” "Aan wie heeft zal gegeven worden”. Nog even geduld en we hebben recht op het vervolg:”Aan wie niet heeft zal ontnomen worden al wat hij heeft." (Matteusevangelie 25/29).
We vrezen er m.a.w. voor dat het miraculeus gevonden geld dat vandaag – onder het mom van het redden van de ‘kleine spaarders’ – dient om de banken te redden, het geld is dat voorheen was voorzien om ondersteunende acties op te zetten om nét die mensen te helpen die niet de middelen hebben om te sparen.