NIEUWS : Expertisecentrum » Socioprofessionele inschakeling in een context van crisis
Print Print
3 juni 2010


Socioprofessionele inschakeling in een context van crisis


Duurzaamheid is niet te realiseren met korte termijn maatregelen

Ontlsagen, faillisementen, uitbestingen van opdrachten aan bedrijven in het buitenland, herstructuringen, … De Kranten berichten dagelijks over de crisis. Het is euphemisme te zeggen dat de situatie niet rooskleurig is. Er is een grote kloof tussen mensen buiten het systeem en de mensen met werk – langdurig of niet - dat ze proberen te behouden. De salarissen staan onder druk : verhoogde productiviteit, overuren zonder compensaties, concurrentie, stress op he werk… [1]

Voor wie geen werk heeft, zorgt de activeringsplan voor werklozen – niet te verwaren met hulp bij inschakeling - voor spanning. Dit zorgt extra stress in een situatie die al moeilijk is en bereikt vaak het tegenovergesteld van duurzame hulp aan de werklozen [2]. Wat zijn de gevolgen van deze druk op de socioprofessionele sector ? Welke oplossingen stellen ze voor ?

Motief of verplichting

De organisaties die voor socioprofessionele inschakeling zorgen stellen opleidingen en begeleidingen voor laageschoolde mensen en mensen met een diploma dat niet erkend is in België voor. Per definitie (en bij decreet), hebben organisaties een publiek van personen met verminderde kansen en behoefte aan ondersteuning bij het maken van een nieuwe start.

Eerder was de motivaties van de doelgroep van organisaties persoonlijk en intrinsiek. Nu heeft dit plaatsgemaakt voor verplichting tot integratie en deelname aan activiteiten onder werkloosheid uitkering niet te verliezen. Op dit moment, zijn 90% van de mensen die een opleiding volgen hiertoe verplicht.

Zeker, er zijn mensen die vrijwillig een opleiding volgen. Maar de meerderheid van werklozen zijn afhankelijk van werklozen activeringsplan. De mechanismen van dit plan hebben negatieve effecten. De intentie is goed maar het doel - het aantal mensen met een werkloozenuitkering te verminderen – is twijfelachtig… Sommigen verlaten de werkloosheid en vinden een job. Anderen zullen (opnieuw) tegen een muur lopen, want – moeten we hieraan nog herinneren? – het aantal jobs en aantal werkzoekenden nemen niet op hetzelfde ritme toe. Zij zullen uit de statistieken verdwijnen; er is m.a.w. sprake van een nieuwe uitsluiting: tijdelijke verwijdering of totale uitsluiting van de werkloosheid, met verlies van sociale rechten (verzekering, pensioen), of ook vrijgesteld van “familiale en sociale moeilijkheden”. Een uitsluiting die hoofdzakelijk vrouwen raakt, waardoor deze min of meer gedwongen worden om afstand te nemen van het tewerkstellingscircuit… We kunnen besluiten dat een deel van de bevolking met een nog grotere marginalisering en precarisering wordt geconfronteerd dan voordien.

Inschakelingsorganisaties : (blijven) ijveren voor duurzaamheid…

Socio-professionele inschakelingsorganisaties die streven naar een duurzame inschakeling, richten zich hoofdzakelijk op het waarderen van de totale persoon en van het samen zijn en leven. Het huidige tewerkstellingslandschap biedt zelden een reël antwoord op de noden van de meest kwetsbare doelgroepen. Desalniettemin, willen de Brusselse en Waalse opleidings-, tewerkstellings- en werkervaringsprojecten zich blijven inzetten voor een hoger, meer ambiteus doel. Ondanks de nadruk die wordt gelegd op de kwaliteit van het geleverde werk en het belang van een professionele kwalificatie, willen de betrokken vormings- en maatschappelijke werk(st)ers blijven aandacht schenken aan de totale persoon en de diversiteit van de doelgroep. Ze willen de meest kwetsbare groepen mogelijkheden blijven bieden, zelfs al is of lijkt de weg naar ‘duurzaam en kwaliteitsvol’ werk lang en ligt hij vol obstakels.

Omgaan met diversiteit en hierin ook een sterkte zien, vormt een eerste uitdaging. Inschakelingsorganisaties hebben niet alleen als taak om de werkzoekenden te ondersteunen bij het uitwerken van een persoonlijk, professioneel project. Ze werken tegelijk ook aan de sociale inschakeling van de werkzoekenden, o.a. doordat de opleidingen in groep plaatsvinden.

De ervaringen met groepswerk leren de werkzoekenden relaties en sociale netwerken te ontwikkelen, geven hen de kans om kennis uit te wisselen en te leren en werken in groep. Een tweede uitdaging bestaat erin om bruggen te slaan tussen de lokale inschakelingsorganisaties onderling. De betreffende organisaties zijn allen verschillend en worden verondersteld elkaar aan te vullen. Echter, in de huidige context worden ze in een concurrentiepositie geplaatst wat aanleiding kan zijn tot discussies over de bereikte resultaten. Praktijkwerkers uit de inschakelingssector die beide uitdagingen tegelijk willen aangaan, beginnen aan een waar huzarenstuk. Jammer genoeg biedt de dankbaarheid van hun publiek niet altijd een compensatie voor het gebrek aan waardering van de betrokken autoriteiten.

… beoordeeld op korte termijnresultaten

Door duurzaamheid centraal te stellen in hun beleid, hopen de inschakelingsorganisaties toch hun missie van professionele inschakeling – waarop ze desalniettemin weinig controle hebben – waar te maken: de arbeidsmarkt biedt tewerkstellingskansen aan (of niet) en de oud-cursisten hebben deze maar te grijpen (of niet). In ieder geval zullen de oud-cursisten toch een zekere controle hebben over hun sociale inschakeling, aangezien de waarden die de inschakelingsorganisaties hen tijdens hun leertraject meegaven, niet alleen de werknemer, maar ook de mens in de cursist hebben versterkt: samenwerking, solidariteit, waardering van de totale persoon en van de interpersoonlijke relaties, interculturele uitwisseling, werken in teamverband, …

Waarden die helpen om het vertrouwen in zichzelf en de andere (opnieuw) op te bouwen en die cruciaal zijn om ‘samenleven’ mogelijk te (blijven)maken. Het is bijna niet te geloven dat zelfs in volle crisistijd, enkel kwantitatieve criteria in rekening worden gebracht om inschakelingsorganisaties te evalueren, en dus te subsidiëren. Zich enkel baseren op tewerkstellingscijfers – met een beperkte duurzaamheid van 6 maanden – of op het aantal personen die zijn doorgestroomd naar een kwalificerende opleiding, lijkt ons erg kortzichtig en zelfs onrechtvaardig in het licht van de hoeveelheid werk dat door al deze organisaties wordt verricht. Laten we niet vergeten dat deze organisaties niet enkel als doel hebben om personen uit de meest kwetsbare doelgroepen op te leiden of te oriënteren naar werk, maar ook om hun persoon en leefwereld te versterken, zowel op individueel, familiaal als samenlevingsniveau .

De maatschappij in vraag gesteld

De confrontatie met een kloof tussen arm en rijk, een kloof tussen betaalde en andere personen, een kloof tussen de vereisten van het beleid en de huidige economische crisis, … maakt het ons moeilijk om ons geen vragen te stellen bij de huidige maatschappij. Willen wij een maatschappij die steeds meer afstand neemt van collectieve goederen, die slechts voor een beperkt deel van de bevolking betaalde jobs biedt, die zich heen zorgen maakt over een evenwicht tussen betaalde (professionele) arbeid en de arbeid en/of rollen die personen elders opnemen in de samenleving. Willen wij een maatschappij die enkel waarde – in geld uitgedrukt - hecht aan productieve arbeid van (misschien overdreven) hoge kwaliteit? Zijn zorg- en sociale arbeid niet even belangrijk voor het overleven van onze samenleving en voor het algemeen goed of welzijn van iedereen?

Op economisch niveau, kan het een goed idee zijn om de sociale economie – een luchtbel in een economie onder druk - te waarderen. Voor de inschakelingsector zou dit betekenen, dat het “sociale” volledig erkend wordt , dat er ruimte is voor de verschillende actoren om elkaar beter te leren kennen en dat individuele begeleiding aangevuld wordt met een ondersteuning voor een effectieve, sociale inschakeling. Op het niveau van Europa – dat dit jaar in het teken staat van armoedebestrijding en sociale uitsluiting – betekent dit het verwerven van een wijsheid die toelaat om te ontsnappen aan de schema’s waarin de samenleving meer en meer vestrikt raakt en ruimte biedt om samen te bouwen aan een rechtvaardige, solidaire en vernieuwende samenleving. Wordt vervolgd…

Nota’s

[1] Echo van 20/01/2010 geeft de werelde ordering van productiviteit. België is op de derde positie. De dagblad geeft ook commentarissen over de cijfers en spreek over de kost van werknemers in België. Overuren zonden compensaties verschijnen niet in de teksten. Maar er blijkt uit een onderzoek van Stepstone dat de helft van salarissen hebben overuren zonder compensaties.

[2] Op de 11/01/2010, CSC ontmoet aan de zetel van CDH de drie ministers van arbeid, Joëlle Milquet (federaal), André Antoine (Waalse Gewest) et Benoît Cerexhe (Hoofdstedelijk Brusselse Gewest). Het ging over de negatieve effecten van de activeringsplan voor werklozen, die in 2004 de kwetsbare is begonnen te straffen,

Marie-Rose Clinet
Isabelle De Vriendt