NIEUWS : Netwerk Flora » Flora in een nieuw kleedje !
Print Print
13 september 2011


Flora in een nieuw kleedje !


Expertisenetwerk in gender, duurzaamheid en solidaire economie krijgt vaste vorm

Flora is destijds opgestart als klein netwerk van organisaties voor vorming en tewerkstelling met kansarme vrouwen. Vandaag bereiken onze acties een zeer ruim veld van organisaties en actoren. Tijd dus voor een aanpassing van naam en statuten.

Een cruciale stap

Het jaarverslagdat in juni door de Algemene Vergadering werd goedgekeurd, schetst summier de evolutie die Flora heeft doorgemaakt en de unieke plaats die de organisatie vandaag inneemt tussen andere koepels, netwerken en federaties. Vanaf het begin heeft Flora consequent gender als insteek gehanteerd om te vechten tegen de uitsluiting en armoede. Door altijd de laaggeschoolde vrouwen te benaderen als mede-expert, en niet als ‘object’ van kennis, hulpverlening of beleid, legde Flora de basis voor een nieuw paradigma, met innovatieve analysekaders en methodieken. Vandaag wordt meer en meer duidelijk dat de mechanismen die tot kansarmoede bij laaggeschoolde vrouwen leiden, ook voor andere groepen zeer nefast uitdraaien. De ecologische crisis toont aan dat het economisch bestel onvoldoende ruimte laat voor de zorg voor (de noden van) toekomstige generaties, voor sociale samenhang, en voor het welzijn en de waardigheid van ieder individu. Door de opeenvolgende financiële en crisissen – van Lehman Brothers tot Griekenland – groeit stilaan ook in economische kringen het besef dat het dominante model aan herziening toe is. Het alternatieve model dat Flora in de veilige context van het kleine netwerk ontwikkelde, krijgt dan ook steeds meer weerklank. Tijd dus om deuren en vensters open te zetten.

Gender en geld

In de voorbije vijftien jaar heeft Flora doorheen projecten van actieonderzoek met laaggeschoolde vrouwen telkens opnieuw aan het licht gebracht dat de dominantie van productieve arbeid – het voorzien in de materiële noden – ten koste gaat van de andere vormen van arbeid die de samenleving nodig heeft. De productie van de meeste goederen gebeurt vandaag op wereldwijde industriële schaal, en dus is een ruilmiddel nodig. In onze socio-economisch stelsel is bankengeld zowat de enige ruilmiddel geworden, en daar wringt het schoentje. Dat geld wordt immers tegen rente uitgegeven, wat wil zeggen dat mensen die rijk zijn interest krijgen op spaargeld, terwijl die interesten gehaald worden bij mensen die schulden hebben. De rijken hebben in dit monetair systeem dus altijd armen nodig; het is onmogelijk allemaal rijk te zijn, aangezien interest niet aan de bomen groeit. “In ons kapitalistische systeem zit een weeffout: alle rijkdom komt in handen van een relatief klein groepje mensen terecht. Dit groepje, dat steeds meer land, bedrijven en grondstoffen bezit, is erbij gebaat dat de anderen consumeren. In plaats van die anderen meer salaris te geven om die consumptie te betalen, lenen zij hen geld uit – tegen rente. Zo vergroten zij hun eigen rijkdom, terwijl de rest meer schulden opbouwt. Dit systeemexplodeert nu”, aldus ook de Belgische antropoloog Paul Jorion (1).

Rentegeld zet mensen dus in onderlinge competitie, en het is dan ook niet verwonderlijk dat de sociale breuklijnen – in eerste instantie tussen de seksen, maar ook tussen mensen met een verschillend scholingsniveau of etnische herkomst, leeftijd, lichamelijke capaciteiten enz… – niet verminderen. Integendeel, ook in landen in het Zuiden groeit de kloof tussen arm en rijk angstwekkend. Het bankengeld houdt met andere woorden onvermijdelijk genderverschillen in stand. Met die term wordt bedoeld dat het hierbij niet gaat om biologisch bepaalde verschillen (zoals sekse, bijvoorbeeld) maar om maatschappelijk geconstrueerde breuklijnen die te maken hebben met de “rollen” waar mensen toegang toe krijgen, waarvan ze worden uitgesloten of waar ze in geduwd worden (2). Vrouwen – en bij uitstek kansarme en laaggeschoolde vrouwen - hebben minder toegang tot de maatschappelijk gewaardeerde rollen; zij worden ondergeschikt, uitgesloten, gemarginaliseerd. Het socio-economische systeem duurzamer maken, moet dus bij uitstek bij deze doelgroep beginnen.

Gender, duurzaamheid en solidaire economie

Armoede kan je maar op duurzame manier bestrijden als ook de economische mechanismen die tot die ongelijke rollen tussen (groepen van) mannen en vrouwen leiden, in vraag worden gesteld. De organisaties die sinds jaren deel uitmaken van het netwerk Flora, helpen de vrouwen om hun positie in het dominante systeem te verbeteren. En dus is het tegelijk nodig het systeem zelf ter discussie te stellen ! Men kan immers geen armoede bestrijden als men niet tegelijk de mechanismen bestrijdt die tot onderschikking, uitsluiting en marginalisering leiden; het doel is immers niet de armen te bestrijden, maar wel met hen de oorzaken van de armoede aan te pakken. En juist daarvoor hebben de organisaties Flora nodig. Met onze partners versterken we het empowerment en de participatie van kwetsbare groepen, op een manier die hen niet tot ‘object’ van activatie herleidt, maar als volwaardige partner in een tweerichtingsproces betrekt. Heel vaak zijn de organisaties al op zoek naar die innovatieve benaderingen, maar doen dat vaak vooral vanuit ‘het buikgevoel’. Bovendien zijn de dominante kaders zo overheersend, dat ze vaak snel weer (gedwongen) terugschieten in de klassieke benaderingswijzen, die de kansarmen ‘ondergeschikt’ maakt aan het socio-economische systeem. En dus moet er ook op het niveau van het systeem zelf naar alternatieven worden gezocht, uiteraard niet weer ‘over’ de hoofden van de mensen in armoede heen, maar samen met hen. Dat is de diepe betekenis van de genderstrijd: uit verontwaardiging over de onderdrukking van kwetsbare groepen moet de heersende definitie, de verdeling en de valorisatie van arbeid ter discussie worden gesteld, zodat er een meer rechtvaardige en solidaire economie kan ontstaan. Die onderdrukte groepen zijn vooral (laaggeschoolde) vrouwen, maar meer en meer worden ook worden andere groepen zich bewust van de onrechtvaardigheid en onhoudbaarheid van een systeem dat alleen concurrentie als waarde erkent en dat solidariteit dus (cynisch genoeg) als ‘concurrentievervalsing’ afschildert.

Nieuwe statuten

Om zoveel mogelijk nieuwe partners in de samenwerking en uitwisseling in de schoot van Flora te kunnen betrekken, moesten de statuten versoepeld en vereenvoudigd worden (3). Het lidmaatschap staat vanaf nu open voor organisaties en individuen, en door lid te worden engageert men zich mee te werken aan de visie en missie van (het netwerk) Flora. Lidmaatschap houdt ook in dat men vragende partij is de acties en expertise van Flora in de eigen kring verder te verspreiden, en dat men bereid is in het netwerk over de eigen werking van gedachten te wisselen. Het is dus niet langer de coördinatrice of de raad van bestuur die beslist of een organisatie lid kan worden en wie haar op de bijeenkomsten van het netwerk (de ‘Floradagen’, die trouwens ook voor niet-leden openstaan) kan vertegenwoordigen. Het lidmaatschap is veel opener geworden dan tot nu toe het geval was, en nodigt de leden uit met elkaar te bespreken hoe ze de missie en visie van Flora in hun eigen werking kunnen meenemen. Om lid te worden, volstaat het aan een activiteit (Floradag, vorming, consulting…) van Flora deel te nemen, en zich via de betrokken teamleden als lid aan te melden.

Doen wat we zeggen

In de manier waarop Flora zijn werking organiseert, proberen we zoveel mogelijk de principes die we doorheen de jaren van actieonderzoek met laaggeschoolde vrouwen ontwikkeld hebben, in de praktijk te brengen. Dat is geen eenvoudige taak, omdat we nu eenmaal allemaal ‘geformatteerd’ zijn door het dominante economische systeem. Dat systeem wordt nog steeds als een vanzelfsprekendheid, als een wetmatigheid bijna gezien. “Je moet nu eenmaal mee in de concurrentiestrijd”, hoor je nog al te vaak. Ook toen Galilei aantoonde dat de aarde rond was, bleven mensen (en instituties) nog eeuwenlang verkondigen dat ze plat was. Om tegen het dominante denken in te gaan, moet je met velen zijn. Je kan jezelf niet bij je haren uit het moeras trekken, en als een onbeschreven blad op een andere wijze naar de samenleving kijken. En daarom is het van belang dat Flora meer dan ooit een open en dynamisch netwerk is, zodat we met velen samen kunnen ‘weven’ aan een meer veerkrachtig en duurzaam sociaal weefsel. Niet om tegen het systeem in te gaan, maar om daarnaast een alternatief te ontwikkelen dat voor iedereen inspirerend kan zijn.

Voetnoten
(1) http://www.pauljorion.com/blog/wp-content/uploads/Jorion-NRC-18.6.2011.pdf
(2) Om de complexe notie ‘gender’ voor te stellen, gebruiken we de formule : G = S * p², waarbij G staat voor gender, S voor meerdere sociale breuklijnen (in de eerste plaats sekse, maar steeds ‘gekruist’ met andere variabelen), en p voor maatschappelijke positie, macht (power) of onmacht. Naarmate men op meerdere sociale breuklijnen (sekse, etniciteit, leeftijd, enz…) aan de sterke of kwetsbare kant staat, neemt de macht of onmacht exponentieel toe, vandaar de p². Groepen als laaggeschoolde, kansarme en/of allochtone vrouwen, zeker als ze ook alleenstaande moeder zijn, zijn dus bij uistek de ‘anderen’, die hardnekkig uit het systeem worden uitgesloten.
(3) Voor de volledige statuten van Flora : klik hier.
(4) Een uitvoerig verslag van de inhoudelijke discussie op de AV van Flora vindt u hier.

Anne Snick