NIEUWS : Expertisecentrum » « De armen doen aan politiek!» Een colloquium, uitdagingen en denksporen
Print Print
6 juni 2011


« De armen doen aan politiek!» Een colloquium, uitdagingen en denksporen


17 maart 2011. Een volle zaal (ongeveer 400 deelnemers), veel analyses en getuigenissen en vier organisaties die het initiatief namen voor deze samenkomst van de democratie: het Agentschap Alter, de Brusselse Raad voor Sociaalpolitieke Coördinatie (CBCS), de Federatie van de Maatschappelijke Dienstencentra (FCSS) en het Brussels Forum voor Armoedebestrijding (FBLP). De blik van vzw Flora…

De inzet

Vier verenigingen, vier reflectie- en actienetwerken die zich inspannen voor meer gelijkheid in de samenleving, werken samen en smeden banden. De samenwerking van vier leden met eenzelfde doel is een eerste spoor in de strijd tegen uitsluiting. Want uiteindelijk is het toch daarover dat het gaat: loskomen uit een systeem dat, vanuit een logica van wedijver en hiërarchie, mensen/groepen/instellingen aanzet om tegen elkaar positie in te nemen. Die logica leidt tot uitsluiting en tot een opeenvolging van crisissen, signalen van een zieke maatschappij. Michel Pettiaux (FBLP) roept ons dan ook op om «de hele wereld te leren omgaan met nieuwe manieren van zijn».

Het gewelddadig karakter van ons beleid

België mag zich dan wel opwerpen als een solidair land (met een sociale zekerheid om jaloers op te zijn) en een democratisch land (ook al heerst er een bestuurscrisis), maar verschillende mensen, zowel gastsprekers als deelnemers in de zaal, hekelden het ‘geweld’ van het beleid tegenover de meest uitgesloten mensen. Een beleid dat de armste burgers aanmaant om te participeren, maar dat zelf niet in staat is greep te krijgen op een maatschappij die beheerst wordt door economische en intellectuele machtsmechanismen. Zolang de maatschappij door bankengeld wordt geregeerd doet ze niets anders dan de kloof tussen de rijkste en de armste mensen nog te vergroten.

Een beleid dat ‘tewerkstelling’ gebruikt als wapen tegen armoede, terwijl dat vandaag alleen leidt tot het fenomeen van de «arme werknemers». De speerpunt van dat wapen is even gewelddadig als in de riddertijd, maar heet vandaag Activering. Hij treft personen die van de arbeidsmarkt uitgesloten zijn extra hard. «Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen situatie», zo luidt het aardig klinkende vernislaagje van ‘responsabilisering’. Dat laagje onttrekt de wonden van het schuldgevoel en het isolement aan het oog.

In deze collectieve waan, waarin de overheid haar verantwoordelijkheid tegenover de armoede niet opneemt, «verliest wie arm is, zijn stem», zo beklemtoont Ricardo Cherenti (OCMW-federatie van Wallonië). Nog een slag die mensen in armoede treft: de zogenaamd participatieve processen die politici vandaag voeren, versterken de uitsluiting, aangezien de debatten overbevolkt worden door «oude blanke mannen», zoals Loïc Blondiaux (Universiteit van Parijs) het uitdrukt, en er een schrijnend gebrek is aan vertegenwoordigers van andere groepen.

Een gevaar: gebruikt worden

Zou het kunnen dat kansarmen meestal afwezig zijn in het politieke debat in de strikte zin omdat ze niet bedrogen worden? In welke machtsverhouding zitten ze? Abraham Franssen (Centrum voor sociologische studies) waarschuwt tegen participatieve activering, omdat ze snel kan evolueren naar een excuusparticipatie; zo ontstaan «minidemocratieën» die niets doen aan de sociale verhoudingen.

Het werk van politici is inderdaad niet eenvoudig. Participatieve processen met burgers, de meest kwetsbaren inbegrepen, vereisen bijvoorbeeld de erkenning van nieuwe participatie- en expressievormen.

Sturen van participatie…

Om te starten met een participatief proces is het belangrijk om even stil te staan bij de impact en de grenzen van burgerparticipatie. Danielle Dierckx (Oases) begint haar uiteenzetting met een schets van de ontgoochelingen die men kan ervaren als men zich inzet voor een burgerlijke, politieke actie. Ze wijst op interne en externe factoren die de kansen op succes vergroten: de grootte van de actiegroep, professionalisme, de kracht van getuigenissen, zoeken naar allianties, de ruimte die het beleid schept voor een echte participatie van alle burgers. Bij Flora hebben we de denkoefening rond participatie verder uitgediept met verschillende groepen van vrouwen die een inschakelingstraject volgen. Vaak horen burgers later niets meer over een specifieke enquête, het debat of de werkgroep waaraan ze hebben deelgenomen. Ze kunnen dus alleen maar gissen welke impact hun participatie gehad heeft. Als die impact niet geëxpliciteerd wordt, voelen veel deelnemers zich ontmoedigd en hebben ze geen zin meer in de toekomst nog aan dit soort raadplegingen deel te nemen. Vandaar het belang om te investeren in een duidelijke communicatie rond de participatie, zijn impact en limieten. We denken al snel dat onze participatie zal leiden tot verandering. Maar we weten uit ervaring dat frustraties en mislukkingen evenzeer deel uitmaken van participatie. We kunnen niet verwachten dat alle eisen worden ingewilligd omdat we er veel tijd en energie hebben ingestopt. Wie dat vergeet, dreigt al gauw een afkeer te krijgen van politieke actie in de brede zin van het woord. Bovendien is maatschappelijke verandering een langzaam proces. Als men een politieke actie op lange termijn opzet, is het belangrijk om ook te mikken op tastbare resultaten op korte termijn. Zo blijft de motivatie op peil.

… en ze uitbreiden tot alle structuren van de maatschappij

Om iedereen, en vooral de meest kwetsbaren, echt te betrekken bij een verandering van de maatschappij, moet er in alle milieus en contexten een participatiecultuur worden ontwikkeld. Zo’n structurele participatie stond niet op de agenda van het colloquium, maar het is belangrijk te weten dat een participatieve dynamiek maar kan tot stand komen als hij wordt ontwikkeld in instellingen (met inbegrip van scholen), bedrijven en verenigingen. Enkel zo kan de participatie van iedereen, met inbegrip van de laagst geschoolde, de meest kwetsbare en de armste mensen worden ondersteund. Beleidsparticipatie in de brede zin van het woord komt dus vóór de strikt politieke participatie: ze bereidt deze voor en ze geeft ze zin. Door die participatievormen te erkennen en te waarderen wordt eveneens gewerkt aan een meer inclusieve samenleving die participatie niet reserveert voor een elite.

Reageren op krachtsverhoudingen…

Om terug te komen op het geweld van ons politiek en economisch systeem kunnen we er niet omheen dat een economie die gestuurd wordt door de productie van geld aan de bron ligt van de uitsluiting van een deel van de bevolking, en van een hiërarchische opbouw van de maatschappij. Bij ons is het inderdaad hoofdzakelijk het gebrek aan geld dat bepalend is voor armoede. Ricardo Cherenti herinnert eraan dat in Afrika de sociale band van doorslaggevend belang is, want wie daar arm is, «ontbreekt het aan mensen». In dezelfde zin wijst Thierry Balzat erop dat er naast het hebben van werk ook andere vormen van participatie bestaan: een gezin beheren is ook deelnemen aan de maatschappij. Ook al wordt dat soort werk niet op dezelfde wijze erkend als productief werk.

Volgens Hugues-Olivier Hubert (FCSS) komt het er vandaag op aan «om nieuwe alternatieve economische vormen te promoten, en om de mensen ertoe te brengen om zelf nieuwe uitwisselings- en solidariteitsmodellen te ontwikkelen ».

… om een nieuw beleid op te bouwen

Het kwam herhaaldelijk aan bod op het colloquium: het belang om zich te verenigen, om uit het isolement te treden en zijn stem te laten horen, om over te stappen van «ik» naar «wij» bij het realiseren van gemeenschappelijke projecten, die mensen in beweging zetten een die hen een plaats geven in de maatschappij (1).

Los van een gemeenschappelijk project komt het eropaan om contacten te leggen met anderen, zoals Danielle Dierckx suggereert, om allianties aan te gaan met de media, de verenigingssector en de politiek, maar ook om een ander beleid uit te werken. Hugues-Olivier Hubert herinnert aan de rol van vrouwen in de strijd voor gelijkheid en stemrecht en stelt vragen bij de acties die vandaag worden gevoerd tegen de hiërarchische opbouw van de maatschappij. Daarbij aansluitend hekelt Philippe Pochet (Europese vakbondsinstelling) het feit dat «participatie in een dominante machtsverhouding leidt tot gedomineerde participatie». Tegelijk stelt hij vragen bij de structuur van een participatievorm die enkel streeft naar gelijkheid aan het dominante model.

Dit is een mooie verwijzing naar het feit dat vrouwen juist ook een andere rol kunnen spelen. Flora focust in zijn analyses op de vraag hoe vanuit gender juist een ander maatschappelijk model tot stand kan komen. We inspireren ons hiervoor op Caren Levy die een voorstel uitwerkt om gender te institutionaliseren in een ‘web’ van institutionele veranderingen. Dat web wijzige de basis zelf van het beleid. Het haalt het beleid uit een lineaire logica (die steunt op top-down/bottom-up processen) (2) en kiest voor een horizontale netwerklogica, gebouw op de triade micro (vrouwen en mannen in armoede), meso (de organisaties waarin ze zich verenigen en macro (beleid en wetenschap). Vanuit een ‘horizontale’, participatieve logica bouwen verenigingen, mannen en vrouwen op het terrein en het beleid samen interactief maatregelen op die focussen op gelijkheid, en rekening houden met de diverse ervaringen en expertise van elke deelnemer.

Op basis van zo’n egalitaire dynamiek werkte vzw Flora, met vrouwen die een inschakelingstraject volgen, een systemisch analysekader uit dat bruikbaar is op het micro-, meso- en macrosociale niveau. Tegelijk zet het productieve, sociale, persoonlijke en zorgarbeid op gelijke voet. Daarbij is het van wezenlijk belang te zorgen voor een evenwicht en een interdependentie tussen deze vormen van werk, zonder scheidingsmuren of een hiërarchie van de ene vorm boven een andere (3).

Tot slot komt het erop aan het beleid bewust te maken dat het cruciaal is armoede niet te zien als een «sector», maar als een symptoom van een systeem dat hervormd moet worden. Die hervorming moet gebeuren vanuit een nieuwe analyse, vanuit de ideeën die tijdens het colloquium werden geopperd. Dat besloot met een voorstel om de hele denkoefening een nieuwe naam te geven: «Het beleid maakt arm».

Nota’s

(1) VZW Flora publiceerde recent een methodologisch instrument dat groepen ondersteunt bij participatieve evoluties. Meer info

(2) Gender instituonnalisation, Caren Levy.

(3) Artikel E-Coulissen "Functioneringsgesprekken vanuit gender"

Isabelle De Vriendt