NIEUWS : Expertisenetwerk » Loopbanen van kansarme vrouwen hypothekeren hun recht op pensioen
Print Print


Loopbanen van kansarme vrouwen hypothekeren hun recht op pensioen


Flora actie-onderzoek: "Recht op pensioen?"

Hoe bouwen laaggeschoolde, kansarme vrouwen hun levensloopbaan op? Welke factoren bepalen de mogelijkheden én de moeilijkheden die ze hebben om doorheen hun levensloop/loopbaan pensioenrechten op te bouwen? Dit zijn de vragen waarop we in dit onderzoeksproject - samen met de vrouwen van Leren Ondernemen te Leuven - een antwoord zochten.

Bevindingen

Levensloopbanen

Hoewel ons pensioensysteem is opgebouwd rond loonarbeid, gaan wij uit van de hypothese dat een onderzoek naar loopbanen van - laaggeschoolde, kansarme – vrouwen niet volledig is, als geen rekening wordt gehouden met alle andere vormen van arbeid die nuttig zijn voor onze samenleving en die mensen tijdens hun leven uitvoeren. Zij vormen immers de context waarbinnen een loopbaan wordt opgebouwd. We maken - op grond van het JUMP-onderzoek1 - een onderscheid tussen productieve, reproductieve, sociale en zelfarbeid2.

Loopbanen worden m.a.w. binnen de context van een levensloop opgebouwd. Wij spreken dan ook van levensloopbanen. Vrouwen worden meer dan mannen met het ’combinatieprobleem’ tussen de diverse vormen van arbeid geconfronteerd. Als gevolg daarvan hebben vrouwen zeer diverse – vaak onderbroken – loopbanen ontwikkeld. Een aantal van deze werkonderbrekingen worden in ons huidig pensioenstelsel al ondervangen; denk aan het behoud van rechten in het kader van gelijkgestelde periodes (ziekteperiodes, ouderschapsverlof, bepaalde periodes van tijdskrediet enz.). Toch volstaan deze maatregelen vaak niet om de vrouwen uit ons onderzoek uit de problemen te houden: werkonderbrekingen komen bij hen veel vaker voor en hebben niet altijd te maken met de onderbrekingen waarvan in het huidige systeem sprake is (en waarvoor behoud van rechten voorzien is). Als gevolg van deze ‘onvoorziene’ gaten in hun professionele loopbaan bouwen laaggeschoolde vrouwen minder (pensioen)rechten op.

De ongelijke waardering en verdeling van de verschillende soorten van arbeid

Om te kunnen functioneren heeft de samenleving nood aan productieve, reproductieve, sociale en zelfarbeid. Ondanks het belang van elke soort, is het de betaalde arbeid in het formele circuit die in onze samenleving het meest wordt gewaardeerd: alleen betaalde arbeid leidt tot de opbouw van pensioenrechten. En nog: binnen de loonarbeid is het vooral de productieve arbeid die het best beloond wordt. Sectoren die rond zorgarbeid actief zijn (schoonmaak, kinderopvang, ziekenzorg…) worden minder gevaloriseerd. Aangezien vrouwen in onze samenleving een aanzienlijk deel van de onbetaalde arbeid (geen pensioenopbouw) of betaalde zorgarbeid (lager pensioenbedrag) op zich nemen en veel minder terug te vinden zijn in de productieve jobs, hebben zij minder toegang tot een pensioen, en dit ondanks het maatschappelijk belangrijke werk dat ze verrichten!

Wanneer we nagaan uit welke soorten arbeid de levensloopbaan van de vrouwen uit ons onderzoek hoofdzakelijk bestaat, merken we een aantal belangrijke zaken op:

a) Als de vrouwen officieel, betaalde arbeid verrichten, dan komen ze niet alleen terecht in laaggekwalificeerde (productieve, reproductieve en sociale) jobs, maar ook in jobs in door de samenleving minder gewaardeerde sectoren (hoofdzakelijk zorgarbeid en sociaal werk).

b) Zwart werk komt geregeld voor tijdens de levensloopbaan van deze kansarme, laaggeschoolde vrouwen; hiermee bouwen ze geen sociale rechten op.

c) De levensloopbaan van de vrouwen wordt zeer sterk bepaald door de activiteiten die ze onbetaald uitvoeren in de informele sector; een aanzienlijk deel van hun tijd gaat naar de zorg voor hun kinderen, gezin, familie en buurt (zorgarbeid en sociaal).

d) Heel wat vrouwen waren of zijn nog steeds actief als vrijwilliger en vinden dit erg belangrijk, ook al leidt het niet tot pensioenrechten; het geeft hen het gevoel dat ze nuttig zijn voor de samenleving, dat ze iets waard zijn.

e) Vanuit de verhalen van de vrouwen wordt ook duidelijk dat er tijdens hun levensloopbaan zeer weinig tijd en ruimte overblijft om voor zichzelf te zorgen; ze komen op bijna geen enkel vlak toe aan zelfarbeid.

In de strijd tegen armoede, sociale uitsluiting en ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, is het hebben van kwaliteitsvol en betaald werk dus een noodzakelijke, maar niet de énige sleutel tot maatschappelijke participatie.

De centrale en ondersteunende positie van zelfarbeid

Gegeven de centrale positie van loonarbeid in onze samenleving, komen de meeste vrouwen uit ons onderzoek vaak in een straatje zonder einde terecht. Hun professionele loopbaan is vaak een aaneenrijging van kortdurende werkopdrachten, ze slagen er blijkbaar niet in hun werk lang vol te houden (geen duurzame tewerkstelling, een professionele loopbaan vol gaten). Wanneer we verder kijken, heeft dit vaak te maken met hun achterstandssituatie of met de (slechte) kwaliteit van het werk waarin ze terecht komen.

Enerzijds blijkt uit ons onderzoek dat aandacht voor de kwaliteit van arbeid een belangrijke rol kan spelen voor de (professionele) loopbaan van laaggeschoolde vrouwen. Als de vrouwen uit ons onderzoek al een job vinden, komen ze vaak terecht in laaggekwalificeerde jobs met lage lonen, slechte sociale voorzieningen, onzekere contracten, precaire statuten, ongezonde of fysiek zware arbeidsomstandigheden, enz. Het zijn (vaak lastige) jobs die – ondanks hun noodzakelijk karakter voor het functioneren van de samenleving – weinig of niet gewaardeerd worden. Anderzijds merken we op dat heel wat vrouwen met fysieke en/of psychologische gezondheidsproblemen kampen, waardoor ze regelmatig uitvallen. Aangezien niet zozeer het welzijn, maar wel loonarbeid in onze samenleving centraal staat, wordt dit beschouwd als een last/kost, want hoe langer deze mensen nodig hebben om weer overeind te krabbelen, hoe minder resultaten het bedrijf of de organisatie kan boeken. Er wordt dan ook heel weinig ruimte tot herstel gelaten, mensen worden aangespoord om snel terug aan het werk te gaan, en kunnen niet voldoende tijd nemen om zichzelf te verzorgen, waardoor ze snel hervallen. Voor deze vrouwen dient daarom niet loonarbeid, maar zelfarbeid als fundament centraal te worden gesteld. Om (loon)arbeid te kunnen volhouden, moet eerst het welzijn van de persoon (de zelfarbeid) meer centraal worden gesteld.

Keuzes en afwegingen tussen de verschillende soorten arbeid

Mensen proberen een evenwicht te vinden tussen de verschillende soorten van arbeid, op individueel niveau, op gezinsniveau en op gemeenschapsniveau. Het evenwicht dat mensen zoeken/vinden tussen verschillende soorten arbeid evolueert doorheen de tijd. Naargelang de levensfase waarin ze zich bevinden, stellen ze andere prioriteiten voorop: het werk, de partner, het gezin, overleven, verwerking van tegenslagen, zorg voor zieke ouders, … De afwegingen die mensen (kunnen) maken zijn heel sterk bepaald door de mate waarin ze keuzes kunnen maken. Er zijn ook verschillende soorten van keuzes; de vrije en actieve keuze, de gedwongen (opgelegde) keuze (bvb om sancties te vermijden) en de niet-keuze (men ziet geen alternatieven). In vergelijking met de middenklasse worden laaggeschoolde, kansarme vrouwen vaker met gedwongen keuzes of niet-keuzes geconfronteerd,

De context: een kaartenhuisje

Mannen en vrouwen verrichten productieve, reproductieve, sociale en zelfarbeid op verschillende levensterreinen, en kiezen hoe ze deze arbeid op een bepaald moment in hun leven combineren. Wat kansarme, laaggeschoolde vrouwen betreft, zij dienen deze keuze(s) te maken binnen een erg precaire context: de levensterreinen waarop zij zich begeven, leunen als een kaartenhuisje tegen elkaar. In een dergelijke context hebben mensen erg weinig manoeuvreerruimte of keuzevrijheid. Elke tegenslag vormt onmiddellijk een bedreiging voor het hele huis. Beschadiging van één kaart (uitsluiting op één levensdomein) kan het huis doen instorten. In situaties van kansarmoede zijn bijna alle kaarten beschadigd (complex samenspel van uitsluitingen op verschillende levensdomeinen tegelijk) en is het een hele opdracht om je huisje recht te houden. Het volstaat dan ook niet om zomaar één kaart te versterken of te verzwaren, je ziet onmiddellijk dat het hele huisje nood heeft aan versteviging.

Arbeid: leven of overleven?

Laaggeschoolde, kansarme vrouwen wisselen regelmatig periodes van ‘leven’ en ‘overleven’ af. Tijdens deze laatste momenten wordt hun leven volledig beheerst door een overlevingsdrang die weinig of geen ruimte laat voor om het even welke arbeid of voor het nemen van actieve en bewuste keuzes. Soms wordt het hen teveel, zijn ze ‘lam- of platgeslagen’, liggen ze er als het ware levenloos bij: ze zijn niet actief.

Conclusies

Maatschappelijke problematiek

Het onderzoeksmateriaal heeft duidelijk gemaakt dat de problematiek van de loopbanen (en de opbouw van pensioenrechten) bij deze doelgroep onlosmakelijk verbonden is met andere domeinen (huisvesting, welzijn en gezondheid, gezin, …). Het probleem van de pensioenen is met andere woorden maar één draadje in een complex weefsel van maatschappelijke uitsluiting en kansarmoede. Alleen een geïntegreerde aanpak van de armoede-problematiek kan tot duurzame resultaten op het vlak van de pensioenen leiden.

Arbeidsproblematiek

Het Belgische pensioenstelsel is gefundeerd op de sociale lasten op arbeid van de werkende bevolking. ‘Wit’ werk is niet alleen van belang voor de opbouw van pensioenrechten van het individu, maar ook voor het instandhouden van het pensioenstelsel als zodanig. Welke factoren maken dat de vrouwen van de doelgroep zo weinig in het ‘witte’ arbeidscircuit terug te vinden zijn? Om een pensioenbeleid te ontwikkelen dat pertinent is voor de problematiek van laaggeschoolde, kansarme vrouwen, dient dan ook vanuit het perspectief van de levensloop (longitudinaal) vertrokken te worden.

Genderproblematiek

De ongelijke verdeling van de diverse soorten van arbeid tussen mannen en vrouwen vergroot nog eens de impact van de hierboven vermelde problemen. Kort samengevat blijkt uit het onderzoek dat de vrouwen meer ‘lasten’ op zich nemen, waarbij vooral de zorgarbeid - en deels ook de sociale arbeid - hen de toegang tot betaalde arbeid bemoeilijkt. Anderzijds blijkt dat ze minder toegang hebben tot de ‘lusten’ van arbeid; de sectoren waartoe ze toegang krijgen, worden minder gevaloriseerd dan ‘harde’ (productieve) sectoren, wat zich vertaalt in lagere lonen en moeilijke arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Dit leidt ertoe dat vooral vrouwen er niet in slagen om eigen pensioenrechten op te bouwen. Hoe de sociale rechten rekening kunnen houden met de ongelijke verdeling van de diverse vormen van arbeid tussen mannen en vrouwen, dient verder onderzocht te worden. Ook dient met de problematiek van alleenstaande gezinshoofden (overwegend vrouwen) rekening te worden gehouden.

Socio-economische problematiek

De voorgaande conclusies gaan tot op zekere hoogte op voor alle vrouwen (en mannen) in de Belgische samenleving. Uit het onderzoek komt echter ook een socio-economische breuklijn naar voren die maakt dat laaggeschoolde en kansarme vrouwen met specifieke moeilijkheden kampen.

Ten eerste kunnen hoger geschoolde vrouwen doorgaans in hun job meerdere functies van arbeid combineren. Het onderzoek toont aan dat bij laaggeschoolde vrouwen de dynamiek juist omgekeerd is. De job is zo vermoeiend en brengt zo weinig op dat men ‘na de uren’ geen ruimte meer heeft voor ontspannende, culturele of sociale activiteiten. Deze spiraal kan zo ver doorgaan, dat de vrouwen in sommige periodes niet meer het gevoel hebben van te ‘leven’, maar van te ‘overleven’. Ten tweede hebben hoger geschoolde vrouwen meer ruimte om zelf keuzes te maken. Ze kunnen ervoor ‘kiezen’ een stressvolle job vol te houden omdat ze de mogelijkheid hebben het ‘evenwicht’ elders weer te herstellen. Het kader dat uit dit onderzoek naar voren komt, bevat misschien wel de sleutel tot het befaamde Mattheüseffect. De maatregelen die de overheid neemt om vrouwen (en mannen) in hun arbeids- en gezinstaken te ondersteunen, gaan immers uit van de (financiële en andere) mogelijkheden van middenklasse gezinnen. Een beleid dat deze vicieuze cirkel wil doorbreken, en ook kansarme vrouwen toegang wil geven tot ‘keuzes’ die een volwaardige loopbaan tot een haalbaar perspectief maken, dient dan ook dringend het nodige te doen om het empowerment van deze vrouwen te versterken. Een onvermijdelijke conclusie van dit onderzoek is dat om een meer pertinent beleid (over pensioenen en aanverwante domeinen) te ontwikkelen, men de doelgroep zelf als mede-auteur van beleid een volwaardige plaats moet geven.

Rol van het middenveld

Het onderzoek bevat aanwijzingen dat organisaties in het middenveld een unieke rol kunnen spelen in het doorbreken van de vicieuze cirkels die maken dat kansarme vrouwen geen toegang tot volwaardige pensioenrechten hebben. Om de uitsluiting van deze doelgroep nog efficiënter te kunnen bestrijden, en op die manier de opbouw van pensioenrechten op lange termijn mogelijk te maken, dient de eigen rol en inbreng van middenveldorganisaties verder verkend en versterkt te worden. Het middenveld mag niet gereduceerd worden tot ‘uitvoerder’ van het (activerings)beleid van de overheid (tegen de laagst mogelijke kostprijs), maar moet ten volle zijn mogelijkheden kunnen benutten om naast productieve arbeid ook ruimte te maken voor het versterken van sociaal en cultureel kapitaal. Dit onderzoek kan dan ook onmogelijk pasklare antwoorden of recepten voor deze complexe problematiek geven. De organisaties die met deze vrouwen werken, dienen nóg meer ingeschakeld te worden als expertisecentra en experimenteerruimtes voor het verkennen van innovatieve oplossingen en beleidsmodellen. Enkel zo kan men tot oplossingen komen die zowel de marge als het geheel van de samenleving ten goede komen.

1 JUMP: zie de uitleg

2 Productieve arbeid: het produceren van materiële middelen. Reproductieve (of zorg)arbeid: de zorg voor kinderen, zieken, ouderen, huishoudelijke taken. Sociale arbeid: vrijwilligerswerk, engagement in de buurt, burgerschap…. Zelfarbeid: de zorg voor eigen gezondheid en welzijn en het ontplooien van de eigen talenten.

Rebekka Celis
Sofie Giedts