Na de aardbeving van januari schoot de wereld massaal te hulp om de bevolking van Haïti van voedsel te voorzien. Ook de Belgen toonden zich - via de bekende rekening twaalf-twaalf - van hun gulle kant. Voedsel geven, dat is de allereerste en belangrijkste zorgarbeid. Het is zorg die maakt dat kinderen, gekwetsten en kwetsbaren kunnen overleven en herstellen, dat de maatschappij zich in de opeenvolging van generaties kan vernieuwen. Het leek dus de evidentie zelve dat dit dé manier was om de getroffen bevolking te hulp te schieten, tot bleek dat het anders uitpakte omwille van… mannelijke en vrouwelijke rolpatronen! Ontwikkelingswerk blijkt maar effectief te kunnen zijn als er meteen werk wordt gemaakt van gender. Daarmee hoeft men heus niet te wachten tot het vijf voor twaalf is.
Van zorgarbeid naar loonarbeid
Begin februari veranderde het Wereldvoedselprogramma van de VN in Haïti noodgedwongen zijn strategie van voedselbedeling: er werd alleen nog aan de vrouwen verdeeld. De mannen bleken de voedselpakketten immers niet aan de kinderen en gekwetsten te bezorgen, maar ze te verkopen op de zwarte markt. Wat bedoeld was als zorgarbeid, werd daardoor geperverteerd tot loonarbeid. Hoe meer voedsel ze te pakken kregen, hoe meer geld ze konden winnen. De concurrentiestrijd was dus open, en om de hoogste ‘productiviteit’ te halen, werd zelfs geweld niet geschuwd. Dat geld tot schraapzucht, competitie en machtsvertoon leidt, is niet nieuw. Ook Dat het ook de zorg en de solidariteit die een (kwetsbare) samenleving nodig heeft, onderuit kan halen, is al evenmin nieuw. Haïti toont het alleen op een schrijnende wijze, in al zijn naaktheid en ruwheid. Dat ook de laaggeschoolde vrouwen van hier met dit fenomeen te maken hebben, heeft Flora in diverse projecten aangetoond en geanalyseerd.De traditionele rollen van mannen en vrouwen
Maar hebben de hulptroepen in Haïti de oplossing voor dit genderprobleem gevonden ? De strategie om het voedsel alleen aan de vrouwen toe te delen, bevestigt de klassieke rolpatronen. Mannen, zo lijkt de eeuwige redenering te zijn, staan nu eenmaal (beter) in voor productieve arbeid, vrouwen voor zorgarbeid. Daar wordt niet aan geraakt. Productieve arbeid - wat feitelijk neerkomt op geld verdienen - blijft uiteindelijk de belangrijkste rol van de man. Voedselhulp bieden is slechts een tijdelijke noodinterventie, en daar mogen de vrouwen dan eens de eerste viool spelen. Geen sprake dus, dat de genderrollen nu eens grondig ter discussie worden gesteld. Gaan die mannen nu vriendelijk en zorgzaam aan de kant staan en toekijken hoe die vrouwen hun ‘bron van inkomsten’ zomaar aan de kinderen, ouderen en zieken uitdelen? Allicht niet, wat dacht je. En dus tonen de media hoe die aanschuivende rijen van vrouwen beschermd worden door zwaar bewapende VN-soldaten, en ze zich onderling moeten organiseren om voor hun eigen veiligheid in te staan.

Meer vrouwen in mannenrollen… en omgekeerd!
Wat leert Haïti ons? De traditionele notie van socio-economische ontwikkeling legt - nog steeds – de klemtoon op loonarbeid als sleutel tot de verdeling en valorisatie van arbeid. Vanuit die visie betekent ‘gendergelijkheid’ dat men zoveel mogelijk vrouwen in dat model duwt. Dat de vrouwen ook maar eens de competitie voor jobs en een inkomen aangaan, zich desnoods met soldaten en veiligheidstroepen omringend om zich tegen de mannen te wapenen ! Dat scenario noemt men ook wel ‘women in development’, omdat het de klassieke notie van ‘ontwikkeling’ zelf niet ter discussie stelt, maar alleen probeert de vrouwen in die ratrace te krijgen. De Strategie van Lissabon legt ons daar zelfs streefcijfers voor op… De les uit Haïti is echter dat het wellicht duurzamer is om gelijke kansen na te streven door juist ‘ontwikkeling’ zelf te herdefiniëren vanuit een meer gelijke verdeling en valorisatie van arbeid. ‘Gender as development’ dus. Dat is waar Flora met zijn partners al jaren zijn schouders onder wil zetten. Uit solidariteit met de vrouwen, mannen en kinderen in Haïti._
Om afbeeldingen te zien, zie hier