De Europese Strategie 2020 vermeldt gelijke kansen voor mannen en vrouwen niet als apart doel. Gender zou al voldoende in de ‘hoofdstroom’ van het Europese beleid zijn ingebed. Of toch niet?
Samen bouwen aan gender mainstreaming in ESF
Op 26 mei 2011 vond in Brussel een conferentie plaats uitgaand van een internationale ‘Community of Practice’ (COP) rond gendermainstreaming in de Europese Structurele Fondsen. Die praktijkgroep bestaat in de eerste plaats uit de mensen die binnen de nationale ESF-agentschappen genderverantwoordelijke zijn, maar ook ngo’s werden uitgenodigd (1). Dit leek ons een mooi kader voor co-constructie, en dus werd Flora in 2010 lid van deze COP. De opdracht is de nationale en regionale ESF-administraties te ondersteunen bij het integreren van de genderdimensie in hun planning zowel als in de selectie en opvolging van projecten. In de schoot van de praktijkgroep zijn vijf werkgroepen actief. Naast de groep rond ‘duurzaamheid’, waaraan Flora meewerkt, zijn dat Training & Capacity Building, Evaluatie, Sensibilisering & advocacy skills, en Policy Impact. Vanuit hun specifieke focus bekijken de werkgroepen de stand van gendermainstreaming in elke stap van het ESF-proces. Activiteiten en goede praktijken, interessante contacten en aanbevelingen over doelstellingen en indicatoren zullen worden geïdentificeerd en op de website van de COP vermeld. Het is de bedoeling dat uit de resultaten een standaardpraktijk voor alle ESF-agentschappen wordt gedistilleerd.
Een hiërarchisch proces rond gender
Namens de Europese commissie kwam Jeroen Jutte van het DG Werkgelegenheid, Sociale zaken en Inclusie toelichten waarom Gender niet als apart doel in de Europese Strategie 2020 is opgenomen. Volgens hem is het intussen voor iedereen duidelijk dat alleen indien mannen en vrouwen in gelijke mate aan de arbeidsmarkt deelnemen, de doelstellingen van EU 2020 bereikt kunnen worden. Dus is gendergelijkheid per definitie een essentieel onderdeel van de ‘hoofdstroom’ (of ‘mainstream’) van het Europese beleid, en hoeft het niet meer apart als doel vermeld te worden.
Dat de ‘hoofdstroom’ van de dagelijkse ESF-praktijk nog bijlange niet genderbewust is, werd door Elisabeth Schroedter, lid van het Europees parlement, met verve toegelicht. Ook de ‘baseline studie’ die op de conferentie werd voorgesteld, maakt dat met cijfers en al duidelijk (2). Trouwens, dat de Europese commissie een COP over Gender mainstreaming in ESF in het leven roept, lijkt er wel op te wijzen dat ze er zelf toch ook niet helemaal gerust in is. De COP wordt dus verondersteld om iets te realiseren waarvan de commissie zegt dat het al gerealiseerd is. Hoeveel impact krijgt die COP dan nog op een beleid dat zelf vindt dat het al goed bezig is? Want dat hij resultaat haalt, dat wordt van die COP natuurlijk wel verwacht! Hij dan ook wordt van nabij opgevolgd door AEIDL, een vzw die de Technische Assistentie op zich neemt, en geëvalueerd door Ecorys, een extern consultancybedrijf (3).
Complexe uitdagingen
Deze hele constructie maakt eigenlijk al duidelijk waarom gender mainstreaming als doel zo moeilijk in het denken en handelen van allerlei overheden verankerd raakt. De COP heeft eigenlijk als doel gender mainstreaming zelf in de mainstream van het ESF te mainstreamen. En ongetwijfeld moeten de Technische Assistentie en de evaluator ook oog hebben voor de mate waarin gender mainstreaming in de activiteiten en resultaten van de COP gemainstreamd is. Volgt u nog? Een andere moeilijkheid is dat de vijf werkgroepen parallel werken, volgens lineaire en doelgerichte processen die netjes naast elkaar lopen. En daar begint de moeilijkheid natuurlijk. De leden van de werkgroep ‘duurzaamheid’ vinden dat gender mainstreaming per definitie niet begrepen kan worden als ‘vrouwen in gelijke mate laten deelnemen aan een onduurzaam economisch systeem’, want dat lijkt misschien duurzaam op de euh… korte termijn, maar met het oog op de noden van de toekomstige generaties (op de lange duur dus) is dat natuurlijk net wat je niet moet doen.De overige werkgroepen daarentegen zien het als hun hoofdtaak om de agentschappen te helpen om vrouwen ‘voorgoed’ mee op te nemen in hun planning en projecten rond arbeidsmarktdeelname, zonder zich de vraag te stellen of de notie ‘arbeid’ die daarbij gebruikt wordt, wel recht doet aan de verschillende ervaringen van mannen en vrouwen, of tegemoet komt aan de noden van de komende generaties. Het viel op de conferentie dan ook op dat de termen ‘gender’ en ‘sekse’ geregeld gewoon als synoniem werden gebruikt, zonder oog voor de ‘kruising’ met andere uitsluitingsmechanismen. Daardoor leek het alsof de ongelijke positie van beide seksen alleen een probleem van ‘gefrustreerde’, ‘onverstandige’ of ‘onwillige’ vrouwen (op microniveau) is, en niet een probleem van onfaire maatschappelijke definities en ambities (op macroniveau). De arbeidsmarkt functioneert – geheel in overeenstemming met markten voor de handel in producten - uitsluitend met bankengeld; de vraag of zo’n markt überhaupt de beste plek is om aan een duurzaam, egalitair sociaaleconomisch systeem vorm te geven, staat evenwel niet op de agenda van de COP, en kwam ook op de conferentie niet aan de orde.
Nota’s (1) Op de conferentie werd de uitnodiging naar andere organisaties nogmaals gelanceerd. Zie hier (2) Die studie is (in het Engels) te vinden als ‘Evaluation of the European Social Fund’s support to Gender Equality (2010)’ op deze link. (3) Flora wordt in tegenstelling tot deze actoren niet betaald voor zijn bijdrage aan de COP. (4) Flora wil op zijn Algemene Vergadering van 23 juni 2011 zijn maatschappelijke missie en rol verhelderen; dit is dan ook een open uitnodiging aan allen die zich in de visie en analyse van Flora herkennen en er willen toe bijdragen. Voor meer informatie, contact nemen met Anne Snick annesnick[a]florainfo.be - 02 204 06 41.