NIEUWS : Netwerk Flora » Een uitweg voor de kikker?
Print Print
5 november 2008


Een uitweg voor de kikker?


De taken en verplichtingen van de inschakelingssector

De discussie tijdens de netwerkvergadering van 25/09/08 zet aan tot een ruimere reflectie m.b.t. de noodzaak tot herpolitisering van inschakelingsorganisaties.

Op 25 september ll. vond de driemaandelijkse netwerkvergadering van Flora plaats. Naar goede gewoonte werd voorgesteld te werken rond een thema en methode die zowel bijdragen tot de expertise van de deelnemers als van het Florateam. Aantal inschrijvingen: 6…het enthousiasme lijkt wat getemperd. Dit weerhield ons er echter niet van om er stevig in te vliegen.

Op de dag van de netwerkvergadering zelf zaten we met 5 personen rond de tafel. Het werk kon beginnen. Na een korte stand van zaken m.b.t. de toekomstige projecten van Flora, staken we van wal met het onderwerp van de dag: « Gewoon anders, anders gewoon / Autrement dit, dire autrement ».

Doelstelling

Het opzet was om met een andere blik te kijken naar de vragen en/of problemen waarmee personen aankloppen bij onze lidorganisaties. Deze nieuwe blik zou ons moeten toelaten de gekende vragen/problemen eens op een andere manier te formuleren. We startten met het oplijsten van zoveel mogelijk vragen/problemen van de doelgroepvrouwen uit onze organisaties.

De problemen in 30 minuten:

  • De criteria van het decreet OISP (organismes d’insertion socioprofessionnelle) en/of de Brusselse reglementering m.b.t. wie zich voor een opleiding kan inschrijven, worden steeds enger en laten steeds meer vrouwen in de kou staan.
  • Het probleem van de gelijkstelling van diploma’s die niet beantwoorden aan de arbeidsmarkt.
  • De sociale problematiek waarmee bij de start van een opleiding moet worden rekening gehouden (scheiding, verslaving, fysieke en mentale gezondheid, verblijf in gevangenis,…). Om te kunnen werken aan de professionele inschakeling dient eerst aandacht te worden besteed aan de sociale inschakeling.
  • De hoge graad van absenteïsme, gerelateerd aan sociale problemen, waardoor opleidingsorganisaties uren verliezen en in de problemen komen. Bij de selectie wordt meer en meer gekozen voor personen met een min of meer stabiele achtergrond (afroming).
  • De kansarmoede die de gezondheid beïnvloedt.
  • Het gebrek aan begrip van de (culturele) codes van de Belgische samenleving. In het kader van activering wordt steeds minder tijd voorzien om deze codes te integreren.
  • Gebrek aan tijd om afstand te nemen van het dagelijkse leven en na te denken over een levensproject op langere termijn. De vrouwen bevinden zich eerder in een situatie van overleven dan van leven (cfr. Eindrapport ‘Recht op pensioen? “)
  • Hoe minder kwalificaties personen bezitten, hoe meer ze beoordeeld worden op hun gedrag. En dit, terwijl deze personen juist geen tijd, energie of hulpbronnen hebben om te investeren in dit domein.
  • Oudere vrouwen ondervinden (nog) meer moeilijkheden.
  • Het fenomeen van de soufflé: wanneer de vrouwen hun opleiding succesvol hebben afgerond, zijn ze erg gemotiveerd om te werken, maar na enkele weigeringen, zakt de soufflé opnieuw in en hebben ze nog minder zelfvertrouwen dan voordien. Men heeft de indruk dat de RVA té veel nadruk legt op het vinden van werk (resultaat), eerder dan op het zoeken naar werk (proces) en daardoor het negatief zelfbeeld van de vrouwen nog meer versterkt. Ze hebben het gevoel dat ze de opleiding voor niets hebben gevolgd en dat het hun fout is dat ze geen werk vinden.
  • Bepaalde personen volgen een opleidingen omdat ze door het systeem verplicht zijn dit te doen, maar ze zijn niet echt gemotiveerd, ze willen geen werk vinden, ze revolteren… → in België bestaan er weinig alternatieven naast werkloosheid en dit terwijl personen die een werkloosheidsuitkering genieten, niet noodzakelijk werkzoekend zijn.
  • Het probleem van de mensen zonder papieren…

De oorzakenboom

Uit bovenstaande lijst van problemen werd één probleem gekozen, m.n. de vraag naar inschakeling van vrouwen en het feit dat heel wat vrouwen (en mannen) geen toegang hebben tot een inschakelingstraject. Dit probleem vormde het vertrekpunt voor de constructie van een oorzakenboom, d.i. een zoektocht naar de verschillende mogelijke oorzaken van het gedefinieerde probleem. Dit was het resultaat:

Voor een beter begrip, enkele centrale gedachten:

  • We stellen vast dat er niet voor iedereen werk is, in ieder geval niet zolang ‘werk’ eng blijft ingevuld.
  • De betekenis die wordt gegeven aan formeel, en dus betaald, werk (alsof dit de enige ‘goede’ manier van werken is) én de idee dat ‘iedereen kan werken’ plaatst bepaalde personen in een onhoudbare situatie.
  • Mensen die niet bekend zijn met of geen toegang hebben tot de dominante culturele codes bevinden zich in een spanningsveld: ze hebben nood aan tijd om de codes te integreren (hiervoor wordt meestal een ganse opvoeding voorzien) en tegelijk moeten zij zo snel mogelijk werk vinden. Deze zoektocht naar werk resulteert vaak in een mislukking, niet zozeer omdat de motivatie ontbreekt, maar omdat de basisvaardigheden/-vereisten ontbreken.
  • Het systeem, dat steeds meer vraagt van het individu, leidt tot het maken van gedwongen keuzes, die steeds zwaarder doorwegen (de enige keuze die overblijft, neemt de vorm aan van ‘pompen of verzuipen’). De druk die op personen wordt gelegd zal ook beginnen doorspelen op hun persoonlijk evenwicht, d.i. o.a. op de mentale gezondheid van de persoon, waardoor deze uitgesloten wordt van het inschakelingsproces. In deze context is er geen sprake meer van een doordachte en duurzame professionele inschakeling. Het gaat eerder om een vlucht vooruit zonder hierbij over de nodige middelen te beschikken om op regelmatige tijdstippen te evalueren of wel de meest interessante richting voor deze vlucht werd gekozen.

Doorheen de discussie komen we - tussen de regels door - ook heel wat te weten over verplichtingen die aan de inschakelingsorganisaties worden opgelegd. De toegangsvoorwaarden en de manier waarop het werk van de organisaties wordt geëvalueerd, zijn van die aard dat ze organisaties er meer en meer toe aanzetten om bij de aanvang van een opleiding slechts die personen te selecteren die de meeste kans maken om werk te vinden op de reguliere arbeidsmarkt. Hoewel organisaties sociale uitsluiting juist willen tegen gaan, reproduceren zij noodgedwongen op hun beurt wat er in de samenleving gebeurt, m.n. sociale uitsluiting.

Na het opstellen van de oorzakenboom, probeerden we de oorzakenanalyse te linken met het analysekader van de verschillende soorten van arbeid (analysekader Flora). Deze poging wierp niet de vruchten af die we hadden gehoopt, maar liet wel toe het analysekader nog eens te verduidelijken voor de aanwezige deelnemers.

Het is niet zo eenvoudig om de oorzakenboom (oorzakenanalyse) in één beweging te kruisen met de verschillende soorten arbeid die mensen tijdens hun leven verrichten (analyse van arbeid). Oorzaken kunnen tot verschillende arbeidssferen behoren. Om een zicht te krijgen op welke oorzaken zich juist in welke arbeidssfeer of –sferen afspelen én op welke manier deze zich tot elkaar verhouden, dient een meer diepgaande analyse te worden uitgevoerd.

Pistes…

Het steeds toenemend aantal verplichtingen waarmee inschakelingsorganisaties worden geconfronteerd, doen denken aan het verhaal van de kikker en het kokende water. Wanneer je een kikker in koud water zet dat je langzaam opwarmt, zal de kikker in het water blijven en uiteindelijk levend worden gekookt; wanneer je dezelfde kikker echter plots in een pot kokend water gooit, zal hij alles doen om er zo snel mogelijk uit te geraken… Het koude water waarin de inschakelingssector zich in het begin bevond, is langzaam tot een aangename temperatuur opgewarmd met een betere organisatie, betere erkenning en meer middelen voor iedereen… maar wordt het water vandaag niet iets te warm? Wordt het geen tijd om het water te verlaten of om wat koud water toe te voegen, als we niet levend willen worden gekookt?

Flora kan niet oprukken met een helikopter om alle kikkers uit het water te redden. Wat Flora wel kan doen, is een ladder uitwerpen waaraan de kikkers zich kunnen vastgrijpen om de situatie wat van op afstand te bekijken en te beslissen wat de beste oplossing is. Het is aan elke kikker om te beslissen of hij zich vastgrijpt aan de ladder.

Er werd een nieuw project van Flora goedgekeurd, d.i. het project ‘Van ik naar wij’ gefinancierd door het Federaal Impulsfonds voor het Migrantenbeleid. Doel van dit project is om afstand te doen van de eigen, individuele klachten en deze om te zetten in collectieve, politieke eisen. Het project richt zich zowel op personen in kansarmoede als op praktijkwerkers in de sector. Op dit moment loopt het project nog niet, maar we menen dat het wel zou kunnen leiden tot een herpolitisering van de inschakelingssector van vandaag.

Sandrine Grosjean