E-COULISSEN : Gender & samenleving » Dames en heren, helden en heldinnen: Inception!
Print Print
3 september 2010


Dames en heren, helden en heldinnen: Inception!


In zijn ‘the art of the novel’ stelt Vadclav Havel dat goede literatuur de verkenning van menselijke mogelijkheden is. Als we dat op film mogen toepassen, dan mogen we zonder twijfel stellen dat Christopher Nolan’s Inception een film met een groot literair gehalte is. De uitdaging die in de film wordt aangegaan, luidt in de woorden van de held Cobb (DiCaprio) dat het menselijke brein in bewuste toestand maar een beperkt deel van zijn capaciteit en inventiviteit gebruikt, terwijl dat in droomactiviteit exponentieel toeneemt. Voeg daar wat ‘hyperexpansionistische technologie’ (naar Hazel Henderson) aan toe, en welzeker, de droomwereld wordt tot strijdtoneel van een boeiende en spannende thriller rond bedrijfsspionage. Voor kijkers die op een goede actiefilm uit zijn, zal ik hier verder niets over verklappen. Ik ben trouwens geen kenner van het filmrepertoire, en heb dus vast – buiten ondermeer een skiscène uit James Bond en een reminiscentie naar the Matrix – de meeste knipogen naar andere films gemist. Maar dat zijn ook niet de ‘menselijke mogelijkheden’ die de film verkent en die hem tot een ‘must see’ maken.

Wanneer DiCaprio – ongegeneerd geportretteerd als incarnatie van de blanke, middenklasse, kerngezonde, hooggeschoolde, zelfzekere, heteroseksuele en aantrekkelijke held - in de krochten van de dromen van zijn diverse ‘doelwitten’ afdaalt om er bedrijfsgeheimen te ontfutselen en strategische managementbeslissingen te beïnvloeden, stoot hij daar op totaal onverwachte, diepmenselijke geheimen, die hem met een ‘handicap’ opzadelen. Het interessante is dat een groot deel van zijn mede- of tegenspelers in die strijd op heel wat vlakken juist de antipode van deze ‘patriarchale’ held zijn. Ze komen uit een Oosters of Afrikaans land, het zijn vrouwen, kinderen, ouderen, zieken van geest of lichaam… en drukken subtiel maar onuitwisbaar hun stempel op wat Cobb en zijn teamleden doormaken. En dat geeft de film zijn ‘literaire’ gehalte: hij verkent andere verhoudingen tussen diverse maatschappelijke groepen en schetst een beeld van welke alternatieve ‘realiteiten’ dan mogelijk worden. Hij doet dat bovendien zo fijnzinnig dat ook een kijker die alleen op een goede thriller uit is, niet het gevoel heeft een ‘boodschap’ in de maag gesplitst te krijgen. Maar juist vanwege die subtiliteit lijkt het me van belang die alternatieve menselijke verhoudingen en mogelijkheden in de film even te belichten.

Wie ‘andere rolverhoudingen’ zegt, komt onvermijdelijk uit bij het maatschappelijke debat over man-vrouw verhoudingen, oftewel het thema ‘gender’. Laat dat nu een thema zijn dat Europa erg ter harte gaat, maar dat tevens tot bijzonder veel verwarring, onzekerheid en weerstanden leidt. Europa stelt gelijke kansen voor mannen en vrouwen als doel voorop, en formuleert in de strategie van Lissabon streefcijfers voor de tewerkstelling van vrouwen. Het Europees Sociaal Fonds, dat aan bedrijven en organisaties de middelen verschaft om die Lissabonstrategie mee te realiseren, legt ‘gendergelijkheid’ als een verplichting aan alle projecten op. Op die manier wil men gender ‘in de mainstream’ (hoofdstroom) van het economische leven inbrengen, en niet beperken tot aparte positieve acties voor achtergestelde groepen van vrouwen. Maar, zo vraagt menig bedrijfsleider zich af, wil dat zeggen dat er in elke sector, elk bedrijf, elke beroepscategorie of op elke positie evenveel vrouwen als mannen moeten worden tewerkgesteld? Getuigt het opleggen van dergelijke verplichtingen zelf niet van patriarchale bemoeizucht die de keuzevrijheid van mannen en vrouwen beperkt? Gender is met andere woorden een begrip met meerdere lagen en dimensies, en botst dan ook op veel onbegrip en verzet. Nolan’s Inception biedt met zijn verkenning van de relaties tussen de held en de diverse antihelden een beeldentaal die toelaat de gelaagdheid, de complexiteit en het paradoxale karakter van het concept gender te verduidelijken. Het is ondoenbaar die beelden hier niet allemaal toe te lichten, daarvoor is de film te rijk en te complex; enkele sleutels kunnen de kijker wel helpen om dingen te zien die men wellicht mist als men enkel met de ‘thriller-bril’ kijkt. Zo focussen de besprekingen op het internet hoofdzakelijk op de ‘wie-droomt-wat’ vraag - om de complexe plot wat te ontcijferen - maar niet op de onderliggende verkenning van menselijke mogelijkheden. En dat doet de film geen recht.

De grootste handicap die de held Cobb tegen het lijf loopt, is dat hij zijn vrouw Mal een bepaald idee in het hoofd heeft geplant over wat werkelijkheid en wat droom is. Die idee is daar zijn eigen leven beginnen leiden en heeft haar verdere lot bepaald. Simone de Beauvoir stelde in ‘Le deuxième sexe’ dat men niet als vrouw geboren wordt, maar door socialisatie tot ‘vrouw’ gemaakt wordt. De levens van vrouwen worden met andere woorden niet zozeer bepaald door wat ze ‘van nature’ kunnen of willen, maar door culturele constructies die hen doen geloven wat ‘vrouwelijkheid’ is (en wat alleen voor mannen is weggelegd en voor vrouwen slechts een droom moet blijven). Ondanks de ontmaskering van die constructies blijven tot op vandaag zaken als gelijke verdeling van arbeid, gelijke vertegenwoordiging in de politieke of academische wereld of gelijke kansen op een volwaardig inkomen of pensioen, dingen waar vrouwen slechts van kunnen dromen. Het leuke aan de film is dat hij tegelijk de (droom van een) blanke held verheerlijkt, maar diep in de droom ook de ‘waarheid’ bekent dat hij de geest van zijn vrouw (in zijn ogen om haar eigen bestwil) gemanipuleerd heeft en daardoor haar leven (en indirect ook het zijne) tot een gevangenis heeft gemaakt. Voor wie er oog voor heeft, staat Inception bol van dergelijke ambivalenties en paradoxen in de verhoudingen tussen de mannelijke en vrouwelijke rollen. Opvallend is dat de vrouwen nooit in een zorgende rol getoond worden, het off-screen zinnetje van de oma aan de telefoon daargelaten. Door de sociale constructie - het ‘verzinsel’ over wat realiteit en droom is dat Cobb zijn vrouw ‘om haar bestwil’ heeft ingefluisterd – is Mal uiteindelijk incapabel om ‘echt’ voor haar kinderen te zorgen. Paradoxaal genoeg is het Cobb’s schuldbekentenis daarover die maakt dat hij zelf een ‘echte’ vader voor zijn kinderen kan worden.

Ook interessant is dat het zijn kinderen zijn die Cobb verplichten om naar de realiteit terug te keren en zijn vaderrol opnieuw op te nemen, niet door zijn job op te geven, maar juist door de twee rollen aan elkaar te koppelen. Let wel: de combinatie arbeid-gezin (of ‘multitasking’) is in de realiteit net iets waar vrouwen de meeste tijd en energie in steken. Om dat te kunnen moet Cobb eerst schoon schip maken met alle menselijke gevoelens die hij omwille van zijn heldenrol moest onderdrukken en die hem (juist daardoor) in zijn ‘reële’ werk dwarsbomen. Hij gebruikt het sociaal kapitaal van zijn vader (een mooie rol voor Michael Caine) om dat te kunnen doen. De oude professor betreurt dat zijn zoon de kennis die hij hem heeft gegeven, misbruikt voor bedrijfsspionage, maar omwille van zijn kleinkinderen helpt hij zijn zoon toch, ditmaal door hem aan één van zijn studentes (Ellen Page) voor te stellen. Voor wie goed kijkt (maar dan ook alléén voor wie goed kijkt), is dat de echte heldin van de film. Ze ontfutselt de con-held zijn eigen geheimen, en zegt hem hoe hij zich uit zijn emotionele labyrint kan bevrijden – haar naam is dan ook heel toepasselijk Ariadne. Ze doet dit niet om hem persoonlijk te helpen (en er ontluikt gelukkig ook geen melig liefdesverhaal tussen hen), maar enkel uit solidariteit met en verantwoordelijkheid voor het team van mannen dat door Cobb in zijn risicovolle avontuur is meegesleurd. Ze is niet de koele ‘professional’ (ze is nog studente), en wordt ook niet – zoals de dame aan de hotelbar – om haar sexy lichaam of charmes opgevoerd. Ze ontwerpt als architecte de labyrinten waar Fischer zijn geheimen moet prijsgeven en wordt daarbij gedwarsboomd door Cobb’s onverwerkte emoties. Ze doet niet mee met de macho spelletjes en plagerijen tussen de mannen van het team, maar gaat eigenzinnig en met overtuigingskracht op zoek naar de uitweg uit Cobb’s eigen labyrint. Ze gunt de held fijntjes zijn gloriemoment bij aankomst in de USA, en doet op geen enkele moment pogingen om zelf erkenning te krijgen. Net zo ironisch is dat tot op het eind van de film haar rol onderbelicht blijft - tot en met in de generiek, waar eerst namen van de mannelijke acteurs en de ‘droomvrouw’ van de held worden vernoemd, en dan pas Ellen Page. Het doet wat denken aan het mopje over God en Eva, dat vertelt hoe Eva als eerste mens op aarde aan God om een speelkameraad vraagt omdat ze zich wat verveelt. God belooft haar een maatje dat haar het leven zo lastig zal maken dat ze zich nooit nog zal hoeven te vervelen. Ze moet daarvoor wel een prijs betalen: in de geschiedenis mag nooit geweten zijn dat Zij (God) en Eva als vrouwen er eerst waren, want dat zou haar nieuwe maatje echt niet kunnen verkroppen. De heilige boeken zullen dan ook Adam als eerste mens en God als Vader voorstellen. Eva stemt in… wat zowel de Bijbel als dit mopje - voor wie wat verbeeldingskracht heeft - tot ‘grote literatuur’ verheft.

Het feit dat de vrouwelijke heldin Ariadne toch steeds een soort antiheldin blijft, en dat zij dat ook aanvaardt, wijst erop dat de film het genderthema op een nog dieper niveau analyseert. Zij speelt haar rol voluit, maar zonder - in concurrentie met de mannen – zelf de held te willen uithangen. Er is een (onuitgesproken) alliantie tussen Cobb’s vader en zijn studente Ariadne die – zonder het zo te benoemen – ‘samenwerken’ om de zoon te bevrijden van de obstakels en handicaps waar zijn heldendom hem mee heeft opgezadeld, en - juist daardoor – maken dat hij ook aan het eind van de film als held kan schitteren. Dit is alweer een paradoxale kring, in de film prachtig gevisualiseerd door een eindeloze trappenconstructie à la Maurice Escher. Subtiel is het heldendom verschoven van het winnen van het bedrijfscomplot naar het (her)winnen van de vaderrol. In dat proces passeren allerlei rolverhoudingen tussen mannen de revue. De diepere dimensie (of de ‘bredere definitie’, aldus Ingrid Robeyns) van het genderconcept betreft dan ook niet alleen de vraag hoeveel vrouwen een heldenrol mogen opnemen in het patriarchale spel, maar stelt evenzeer de regels van dat mannenspel zelf ter discussie. Inception toont op sublieme wijze de dubbelzinnigheden en paradoxen die zich in de relaties tussen mannen, vaders, zonen en kleinzonen, concurrenten, teamleden, opdrachtgevers en –uitvoerders afspelen.

De verhouding tussen Cobb en zijn vader is het omgekeerde van die tussen vader en zoon Fischer, de doelwitten van het complot. Terwijl Cobb’s vader ontgoocheld is dat zijn zoon zijn kennis voor machtsdoelen misbruikt, lijkt Fischer senior, de energiemagnaat en patriarch, ontgoocheld dat zijn zoon niet in zijn sporen treedt. De confrontatie tussen Cobb en Fischer junior werkt voor beiden bevrijdend, maar wel dankzij de betrokkenheid van een team van mededromers. Cobb’s opdrachtgever, Saito (Ken Watabe), wil de economische macht van de Fischers breken, niet om zelf een monopolie uit te bouwen maar om de wereld voor een energiemonopolie te behoeden. Om het (economische) machtsspel te doorbreken, speelt hij het machtsspel superieur mee, alweer een paradox. Is het toeval dat die rol aan een Oosterse opponent wordt gegeven, of kan dit gelezen worden als een referentie naar de Yin-Yang symboliek die in het Oosten zijn wortels heeft? Is het toevallig dat het medicijn dat toelaat naar diepere bewustzijnslagen af te dalen, van Yusuf (Dileep Rao), de apotheker uit zwart Afrika komt, of wordt ook hier het Westerse heldendom misschien een spiegel voorgehouden: zonder de bijdrage uit het Oosten en het Zuiden slaagt de Westerse held er niet in zijn job en (dus) zijn vaderschap tot een goed einde te brengen. Zonder het inlevingsvermogen, de durf en de eigenzinnigheid van de ‘ongekwalificeerde’ jonge vrouw, slaagt de teamleider er niet in zijn opdracht met succes te volbrengen en voor ‘zijn’ prestatie de beloofde vergoeding te incasseren. Inception toont met andere woorden hoe een eenzijdig patriarchale benadering van macht geen echt succesverhaal kan worden als enkel teamleden van hetzelfde (macho) kaliber in het risico worden meegesleurd; hij toont dat ook de ‘antihelden’ een gelijkwaardige (maar andere) invloed moeten hebben. Ariadne laat af en toe fijntjes opmerken dat Cobb de regels van zijn spel zelf met de voeten treedt en zo haar plannen (soms echt letterlijk) doorkruist. Maar eerder dan hem terecht te wijzen over het feit dat hij improviseert, eigent ze zich op een cruciaal moment ironisch hetzelfde recht toe, en zet daarmee de ‘leider’ subtiel voor schut… om zijn eigen bestwil.

Ik zou nog een tijd kunnen doorgaan met het belichten van de rijkdom van de menselijke verhoudingen die – in meerdere lagen, en schijnbaar tegenstrijdig maar dan toch ook weer bij zichzelf uitkomend – in de film worden geëxploreerd. Maar dat laat ik graag aan de kijker over. Dat brengt me bij een laatste bedenking. Zou Inception er als film ook kunnen in slagen om de genderblik als nieuwe kijk op de realiteit in de geest van de toeschouwer in te planten en daar te laten groeien, zoals ook in de film gebeurt? Zijn de complexiteit van het verhaal, de subtiliteit van de menselijke verhoudingen en de verwarrende invloed van onbewuste gedachten, gevoelens en sociale constructies niet zo groot dat de doorsnee kijker eerder verward dan verlicht de filmzaal buitenkomt? Maar laat ook dat juist een meerwaarde zijn: de film dringt geen genderblik op, verplicht niet om de menselijke realiteit op een andere manier te bekijken, wie wil ziet een actiefilm zonder meer. De meest expliciete vraag wordt gesteld door Mal (waarvan we niet weten of ze niet een projectie van Cobb’s onderbewustzijn is). Ze vraagt hem: “Isn’t having faceless corporations chase somebody around yet another dream state?” Toch is het dankzij de corporation van Saito dat hij tot de realiteit van zijn vaderrol kan terugkeren. De film geeft dus geen eenduidige antwoorden, maar zet aan tot reflectie en discussie, en tot het zelf ontdekken van paradoxen en tegenstrijdigheden in menselijke verhoudingen. Tot het ontrafelen van gender, dus. Dat is wat de gendernotie juist wil doen: niet louter de ‘macht’ aan vrouwen geven, maar ook de relaties tussen mannen en vrouwen (en tussen mannen onderling en vrouwen onderling) zo herdefiniëren dat macht niet langer het enige (of overwegende) structurerende principe van de sociale realiteit is. Ik zou alle secundaire scholen, hogescholen en universiteiten dan ook ten stelligste aanbevelen deze film als ‘literair werk’ te bespreken. Dat zal jongeren ongetwijfeld helpen om een genderblik te ontwikkelen; alleen dat kan hen de nodige inzichten, empathie en inspiratie opleveren om Vlaanderen tot een innovatieve regio te maken die echt nieuwe “menselijke” mogelijkheden ontwikkelt.

Dr. Anne Snick Flora Netwerk – bouwt met laaggeschoolde vrouwen en mannen aan expertise rond gender en sociale duurzaamheid

Anne Snick