NIEUWS : Gender & samenleving » Armoede en verouderen
Print Print
3 juni 2010


Armoede en verouderen


Tijd voor gender in het pensioendebat !

Op 27 april ll. had een conferentie plaats over ‘Armoede en verouderen’. Zowel Flora als EVA kregen er een platform. Groeit er genderbewustzijn in het pensioendebat?

De conferentie was een initiatief van de KBS en de denktank ‘Pour la Solidarité’, en kaderde in een Europees PROGRESS-project. Diverse workshops moesten via een participatief proces uitmonden in politieke aanbevelingen rond vijf thema’s. In de workshop rond ‘pensioenbeleid’ werd Flora als expert gevraagd. De workshop ‘wonen’ bood dan weer een forum aan huis Biloba, een gezamenlijk project van EVA, lidorganisatie van Flora, en het Maison Médicale van Schaarbeek.

Het economisch model erkent zijn grens

Enkele theoretische inleidingen schetsten de actuele context van het pensioendebat. Een onderzoek van het nationaal Planbureau onderzocht de samenhang tussen enkele economische parameters en het armoederisico bij senioren, dit in België en de naburige landen. Vanuit de economische theorie wordt immers altijd gesteld dat ‘hoe groter de taart is, hoe meer er te verdelen valt’. Nu bleek dat uit de cijfers geenszins het geval te zijn. In sommige landen met een hoog bruto binnenlands product (BBP) is er een relatief hoog armoederisico bij bejaarden, terwijl er ook landen zijn met een lager BBP waar het armoederisico bij 65-plussers dan weer niet zo hoog is. De conclusie van de spreker: een hoger nationaal inkomen leidt niet tot een hogere bereidheid tot herverdeling. Ook een ander veelgehoord credo, namelijk dat tewerkstelling tot verminderd armoederisico leidt, bleek niet in de statistieken terug te vinden. Een hoge tewerkstellingsgraad op nationaal vlak biedt geen garantie dat er in het betreffende land ook een lager armoederisico bestaat, en omgekeerd. De conclusie van de spreker was dat ‘de economie bescheiden moet zijn’, en dat voor het bestrijden van armoede bij senioren een herverdelingspolitiek belangrijker is dan een economische of tewerkstellingspolitiek. Of, om het in termen van het genderanalysekader van arbeid te stellen, om in de noden van senioren te voorzien volstaat de eenzijdige klemtoon op productieve (loon-)arbeid niet, maar is zorg- en sociale arbeid even doorslaggevend.

Een tweede spreker stelde een onderzoek van het Centrum voor Sociaal Beleid voor, dat de hoogte van de pensioenen in België en naburige landen vergeleek met armoedecijfers. Naargelang de definitie van armoede die men hanteert, komt men uiteraard tot andere bevindingen. Indien men de armoedegrens legt op zestig percent van het mediaan inkomen (het midden tussen de hoogste en de laagste inkomens in een land), dan blijkt dat in België de actieve bevolking 12% risico op armoede loopt, terwijl dat bij ouderen maar liefst 21% bedraagt; dit doet zich vooral voor bij 75+ers, die nog moeten terugvallen op ‘oude’ pensioenrechten. Sindsdien is het Individueel Gewaarborgd inkomen voor Ouderen sneller gestegen dan bvb het leefloon of de minimum werkloosheidsuitkering. Houdt men rekening met de reële materiële noden, dan blijken senioren er beter voor te staan dan de actieve bevolking. Dit is voor een groot deel te verklaren dat veel senioren eigenaar zijn van hun woning. Volgens deze spreker liggen de belangrijkste oorzaken van armoede bij senioren dan ook niet bij het pensioensysteem, maar wel bij de hoge kosten van huisvesting (huur), zorg en gezondheid. De spreker riep dan ook op tot een rechtvaardige verdeling van de lasten van de vergrijzing.

Een opening voor gender

Het interessante aan deze theoretische aanzetten, is dat ze het onderscheid zichtbaar maken tussen ‘voorzien in de noden’ (materiële, huisvestings- en zorgnoden) loskoppelen van het inkomen in termen van bankengeld. In onze samenleving wordt de productieve arbeid overwegend via monetaire strategieën geregeld. Mensen die moeite hebben om in hun materiële noden te voorzien (bvb huisvesting, verwarming,…) krijgen dan ook een financiële tegemoetkoming (goedkopere huur, stookoliecheque…). Dat dit tot negatieve paradoxen leidt, in de vorm van werkloosheidsvallen of eenoudervallen, hebben we elders uitvoerig aangetoond. Het definiëren van productieve arbeid in termen van het ‘tegemoetkomen aan noden’ opent dan weer mogelijkheden om ook collectieve oplossingen te zoeken. In termen van het genderanalysekader van arbeid betekent dit dat de productieve arbeid ondersteund kan worden door (de samenhang met) ‘zorgarbeid’ en ‘sociale arbeid’ te versterken. Door samen – bvb op wijkniveau – de zorg voor senioren te organiseren, kan men in hun noden voorzien zonder dat ze daarvoor uitsluitend van een individueel inkomen, pensioen of financiële reserves afhankelijk zijn. Het Biloba-huis dat EVA het heeft opgericht wil juist dit soort collectieve zorg op buurtniveau zichtbaar maken, dynamiseren en valoriseren.

Nog veel werk aan de winkel

Hoewel de theoretische lezingen dus best wel wat aanknopingspunten bevatten voor een gendervisie op armoede en verouderen, was de conferentie als zodanig niet meteen genderbewust georganiseerd. Deelnemen aan dit soort conferentie bleek een ‘rol’ te zijn die aan sommige groepen van mensen was voorbehouden, en voor andere niet was weggelegd. Met name de mensen in armoede vielen op door hun afwezigheid. De meeste deelnemers waren senioren die vreesden dat ze door van loonarbeid naar pensioen over te gaan, relatief ‘armer’ zouden worden, of dat ze langer zouden moeten werken om nog aan een ‘volwaardig’ pensioen te komen. De politieke aanbevelingen die op de conferentie door de meerderheid van de aanwezigen ‘democratisch’ geformuleerd werden, hielden dus geen rekening met de ervaringen en noden van mensen die ‘ondemocratisch’ op de conferentie ondervertegenwoordigd waren. Is het moeilijk om mensen in armoede op een dergelijke conferentie te krijgen? Zeker wel. Is het daarom onmogelijk hen te laten participeren, hen hun plaats als burger te laten innemen? Zowel het project Biloba als de Flora-projecten ‘Van ik naar wij’ en ‘Bruggen naar participatie’ tonen aan dat dit absoluut niet het geval is, en dat men mits een goed kader (dat oog heeft voor de diverse rollen van mensen) niet alleen participatie mogelijk maakt, maar daarmee ook mensen kan toelaten daadwerkelijk alternatieve oplossingen voor hun problemen te ontwikkelen.

Naar een nieuw kader

De conferentie was dus in zekere zin (onbedoeld wellicht) een interessante leerschool over hoe het maatschappelijk debat over armoede en verouderen al dan niet kan of moet gevoerd worden. Momenteel worden pensioenrechten uitsluitend opgebouwd via loonarbeid. Dat mensen in armoede vaak al van kindsbeen af met het beeld leven dat dit voor hen sowieso een onbereikbaar doel is, en ook het debat over een ‘volwaardig pensioen’ dus aan hen niet besteed is, vormt dan ook het meest fundamentele probleem. Als het CBS aantoont dat de pensioenen in België helemaal niet zo laag liggen, maar dat vooral de verdeling van de pensioenen tussen groepen van mensen en de kosten voor senioren te hoog liggen, dan moet dààr het debat beginnen. Dat wordt natuurlijk moeilijk als men vooral mensen rond de tafel brengt op wiens maat het heersende pensioenstelsel gemaakt is, maar die wat klachten hebben over de randvoorwaarden (het aantal jaren dat moet gewerkt worden of de hoogte van de pensioenuitkering). Op die wijze kan het debat nooit ten gronde tot een meer rechtvaardig en democratisch pensioenstelsel voeren. Zelfs als Flora daar de kans krijgt om vanuit een genderanalyse van arbeid de uitsluitingsmechanismen in het pensioenstelsel toe te lichten, zullen de aanbevelingen die daaruit volgen, door de aanwezigen niet als de meest belangrijke worden ‘verkozen’. Tenzij men natuurlijk vooraf met alle actoren rond de tafel kan overeenkomen dat het genderprobleem, het feit dat sommige groepen van mensen systematisch van bepaalde rollen worden uitgesloten, het eerste en fundamenteelste probleem is waarvoor een oplossing moet worden gezocht. Daarvoor moet Flora op alle mogelijke fronten partners vinden die gender mee willen ‘institutionaliseren’ als insteek voor meer duurzaamheid en voor een meer rechtvaardige samenleving. Samen weven aan een web van rechtvaardigheid en duurzaamheid, dat is de uitdaging waar Flora voor gaat!

Anne Snick